Nürburgring

De Nürburgring - geschiedenis, nieuws en cijfers

De Nürburgring, een circuit waarvan er geen tweede is. Met meer dan 170 bochten, een onbekend aantal dodelijke ongevallen en een lengte van meer dan 20 kilometer spreekt 'De Groene Hel' meer dan welk ander circuit tot de verbeelding. In deze speciale rubriek hebben wij al het nieuws over de Nürburgring gebundeld. Van auto’s die er records behalen tot nieuws over de Ring zelf. En natuurlijk kijken we naar alle ins en outs. Want hoe is de Nürburgring eigenlijk ontstaan? Wat kenmerkt het circuit en niet onbelangrijk, hoe zit het als je er zelf wilt rijden?

Geschiedenis Nürburgring

De geschiedenis van de Nürburgring voert ons terug naar 1925. In dat jaar werd begonnen met de aanleg van een nieuw circuit in de Eifel. Duitsland leed onder de verloren oorlog. De herstelbetalingen drukten zwaar op de Duitse economie en om de mensen aan het werk te houden, werden grote projecten gestart.

De racetrack rondom het vriendelijke plaatsje Nürburg was daar een voorbeeld van. Voor de bouw werd er al rondom het dorp geracet, maar racen op de openbare wegen werd al snel als onpraktisch en gevaarlijk gezien. In navolging van succesvolle circuits in Italië (Monza) en Duitsland (AVUS in Berlijn) gingen de architecten en de bouwers aan de slag en in 1927 werd het circuit geopend.

Lengte Nürburgring bij de opening

De originele Nürburgring bestond uit drie delen: de Nordschleife (22,810 km), de Südschleife (4,814 km), en een korte opwarmbaan rondom de pits (2,281 km). Het meest imposant was echter het gezamenlijke circuit van 28,265 km. Duitsland wilde niet alleen een mooi circuit hebben, maar vooral een plek waar de Duitse automobielindustrie zich in alle glorie kon verheffen. Een loodzware baan voor mens en machine.

Aantal bochten Nürburgring

De glooiende heuvels van de Eifel bleken een perfecte locatie voor een veeleisend circuit. De eerste Nürburgring telde 174 bochten, mat een breedte van 8 tot 9 meter. Het hoogteverschil tussen het laagste en hoogste punt is nog altijd meer dan 300 meter – de hoogte van de Eiffeltoren. De heuvels zorgen ervoor dat wolken blijven hangen en regenbuien heel plaatselijk kunnen vallen, zodat gelijktijdig grote delen van de baan kurkdroog zijn en andere blank staan. De uitgerekte Nürburgring bleek een wereld op zich.

In 1927 werd de eerste autorace op de Ring gewonnen in de 5000 cc-klasse door Rudolf Caracciola in een Mercedes Kompressor. Naast de races werd het circuit ’s avonds en in de weekenden opengesteld voor particulier gebruik – de Nürburgring werd dan een tolweg waar vrij geracet kon worden; de zogenaamde Touristenfahrten. De laatste race voor de oorlog vond plaats in 1929 en de snelste tijd op de Gesamtstrecke werd behaald door Louis Chiron in een Bugatti: 15:06 minuten met een gemiddelde snelheid van 112 km/h.

De Groene Hel

De grote Europese oorlogen kregen beide een plaats in de geschiedenis van de Nürburgring. Was het de Eerste Wereldoorlog geweest die de aanzet gaf tot de bouw, na de Tweede Wereldoorlog werden de races hervat. Vanaf 1951 werd de Ring gebruikt voor de Formule 1 Grand Prix. Nieuwe helden als Alberto Ascari, Juan Manuel Fangio, Stirling Moss en Jacky Ickx namen bezit van het asfalt. Een andere Jacky, Stewart, kwam in deze tijd met een nieuwe bijnaam: De Groene Hel.

Ronderecords op de Nürburgring

Op 5 augustus 1961 werd Phil Hill de eerste coureur die de ronde binnen 9 minuten aflegde: in 8.55,2 met een gemiddelde snelheid van 153 km/h. De snelheid ging omhoog en daarmee werd racen op de Ring steeds gevaarlijker. In 1967 werd al een extra chicane toegevoegd aan het rechte stuk naar start/finish om de snelheid te drukken.

Na de dodelijke crash van Piers Courage op het circuit van Zandvoort, besloten de coureurs om niet langer op de Nürburgring te racen, tenzij het circuit aangepast zou worden. De lengte van het circuit zorgde ervoor dat reddingsploegen regelmatig veel te laat bij ongevallen arriveerden. Zonder de middelen die we tegenwoordig kunnen inzetten, bleven ongevallen soms zelfs lang onbekend bij de raceleiding. De vele aanpassingen die door de jaren heen gedaan werden, mochten niet baten. Nog voor de GP van 1976 gereden werd, werd bekend gemaakt dat het de laatste zou zijn. Niet alleen het gevaar, maar ook het feit dat de televisie zijn intrede deed en de baan veel te lang was om in beeld te brengen zorgden voor deze beslissing. De ironie wil dat Niki Lauda datzelfde jaar de andere coureurs opriep om de race te boycotten. Die stemden tegen dat idee. In de tweede ronde crashte Lauda. Zijn auto vloog in brand en alleen dankzij de hulp van andere coureurs overleefde hij het ongeval. De slecht uitgeruste marshals kwamen te laat aan of handelden te traag. De Duitse GP werd verplaats naar de veel modernere, en vooral kortere Hockenheimring.

Nordschleife werd verbouwd

Duidelijk was dat de oude Nordschleife nooit veilig genoeg gemaakt kon worden. In 1982/1983 werd de Nordschleife verbouwd tot een modern GP-circuit van iets meer dan 5 km lang. In 1984 was het nieuwe circuit klaar en kreeg het de naam Nordschleife GP-Strecke. Veel fans weigerden de naam Nordschleife voor het nieuwe circuit te gebruiken. In de jaren 1984 en 1985 werd de GP van Duitsland op de Nürburgring gereden. Ook tussen 1995 en 2006 keerde de F1 terug voor de Grote Prijs van Europa en de Grote Prijs van Luxemburg (1997, 1998). Sinds 2007 wordt de GP van Duitsland afwisselend gereden op de Nürburgring en de Hockenheimring.

Gelukkig ging ook na de bouw van het GP-circuit in 1982/1983 de echte Nordschleife niet verloren. Nog altijd worden er toer­wagenraces gehouden. Het jaarlijkse hoogtepunt is de 24-uursrace van de Nürburgring, waarin meer dan
200 auto’s 24 uur lang strijden om de winst. Opvallend is de grote verscheidenheid aan racebolides. De race is nog altijd gevaarlijk. Niet alleen door de smalle baan, het afwisselende asfalt en de wisselende weersomstandigheden, maar ook door het enorme verschil in snelheid tussen de deelnemers.

Nürburgring als testcircuit voor autofabrikanten

Inmiddels speelt de Nürburgring ook een grote rol bij het testen van straatauto’s. Fabrikanten huren de baan regelmatig af of hebben zelfs testfaciliteiten rondom het circuit. De lange baan en de wisselende omstandigheden zijn ideaal voor uitgebreid testwerk.

De rondetijden zetten zelfs een standaard voor de sportieve modellen van de autofabrikanten. Wie hoge ogen wil gooien, moet goede tijden op de Nordschleife zetten. Hoewel de rondetijden voor sportwagens of sportieve modellen nog altijd worden gecommuniceerd, is onderling afgesproken om niet elk model op De Groene Hel los te laten. Dit om een enorm kostbare wedloop te voorkomen. De baan heeft dankzij zijn geschiedenis, maar ook doordat de fabrikanten er testen, wereldwijde faam opgebouwd. Op internet is de lijst met rondetijden gemakkelijk te vinden.

Zelf rijden op de Nürburgring

Sinds de opening van de Ring in 1927 is het circuit in meer of mindere mate toegankelijk geweest voor het publiek. Ook nu nog is dat het geval. In de weekenden en avonden is zelf rijden op de Nürburgring veelal mogelijk. Je betaalt dan een bedrag om een stuk te rijden van ongeveer 21 km. Het GP-deel is afgesloten en een ander deel dient als tolpoort, zodat je nooit meer dan een ronde kunt rijden.

Op dergelijke dagen trekt het circuit veel kijkers. Eigenaren van dure sportwagens uit heel Europa komen om hun bolide een paar rondjes uit te laten en er valt dus veel te spotten. Naast sportwagens vind je ook gewone auto’s op de baan terug of zelfs motorfietsen, toerbussen en auto’s met caravans … Zelf deden wij een rondje Nürburgring en hadden echt de ervaring van ons leven.

Veel geruchten doen de ronde over deze Touristenfahrten. Zo zouden er jaarlijks verschillende doden vallen op het circuit. De leiding houdt dergelijke gevallen echter geheim, zo wordt gezegd, om te voorkomen dat het circuit afgesloten wordt. Daarnaast gaan er verschillende verhalen over verzekeringen. In het geval van ongevallen tekent de politie aan of er tijdmetingsapparatuur aan boord was. In dat geval zouden er verzekeraars zijn die niet uitkeren. Ook gaan er geruchten dat ongelukkigen de wrakken van hun auto’s naar de openbare weg laten slepen om de verzekering te bedotten. Er schijnen zelfs Engelse verzekeraars te zijn die in de kleine lettertjes melden dat schade verkregen op de Nürburgring niet vergoed wordt. De Ring heeft een naam hoog te houden.

Zoeken

Merk- & modeldossiers