Klassieker v.d. Week

Niet voor watjes

Triumph TR6: stoere Brit met Duitse trekjes

In 1968 beseft Triumph dat het design van de Triumph TR5 op zijn laatste benen loopt. Voor de broodnodige facelift van zijn roadster klopt Triumph echter niet aan bij de oorspronkelijke ontwerper Michelotti. Daarvoor in de plaats vraagt het merk de Duitse carrosseriespecialist Karmann te hulp. Een paar maanden later staat er een strakgetrokken TR5 klaar, alleen heet-ie Triumph TR6. Het wordt een van de succesvolste Britse roadsters ooit.

Triumph TR6: stoere Brit met Duitse trekjes

Eind 1968 gaat de TR6 voor modeljaar 1969 in productie. Bij Karmann hebben ze vrijwel alle rondingen van de TR5 vakkundig gladgestreken. Zo heeft de Triumph TR6 een wat doosachtige carrosserie gekregen. Met een hoge, platte neus en een eveneens rechte achtersteven.

Prestaties Triumph TR6

Onderhuids is de TR6 eigenlijk gewoon een TR5 PI. Dat betekent dat de auto nog altijd op een ouderwets ladderchassis staat en dat er nog steeds een zescilinder lijnmotor met onderliggende nokkenas voorin ligt. Een injectiesysteem van Lucas zorgt voor de brandstofvoorziening. Dit is puur gericht op prestaties. Dankzij de aanwezige 150 pk - in 1969 heel wat voor zo'n traditionele motor - sprint de Triumph TR6 in 9 seconden naar de 100 km/h. Pas 90 km/h verder is hij aan het eind van zijn Latijn. Zuinigheidsrally's ga je echter niet winnen met de TR6. Je mag blij zijn als je een gemiddeld benzineverbruik van 1 op 7 scoort.

Triumph TR6: stoere Brit met Duitse trekjes

Ploffen als een Harley

In verband met strengere emissie-eisen komt er in 1973 een tammere versie van de Triumph TR6 2.5 PI met 120 pk voor het Europese vasteland. In de Verenigde Staten moeten ze het met nog veel minder doen. De TR6 met twee Stromberg-carburateurs voor de Amerikaanse markt komt niet verder dan 95 pk. Niettemin zijn de Amerikanen dol op de Triumph TR6. Zelfs de geknepen versie van de zes-in-lijn beschikt over voldoende koppel onderin. Rauw ploffend als een Harley-Davidson trekt hij je onvermoeid door berg en dal. Tijdens relaxte toerritten hanteer je vaker de hendel van de inschakelbare overdrive dan de versnellingspook. Dat scheelt gekoppel; een kind kan de was doen. Overigens bedien je de overdrive vanaf 1974 middels een schakelaar op de knop van de schakelpook.

Triumph TR6: stoere Brit met Duitse trekjes

TR6 voor mannen met borsthaar en eeltige knuisten

Na het verdwijnen van de Austin Healey 3000 werd de Triumph TR6 gezien als de laatste Britse sportwagen voor echte kerels. Mannen met veel borsthaar, zware baardgroei en eeltige knuisten. Zaken als stuurbekrachtiging, een windgeleider of stoelverwarming schitterden door afwezigheid. Dat zijn immers maar uitvindingen voor comfortverslaafden en andere postmoderne watjes. Van wind en kou hebben TR6-rijders geen last. Deze mannen – we kennen helaas niet één vrouwelijke TR6-rijder – van staal hebben genoeg aan de hartverwarmende kwaliteiten van hun roadster. Het stoere imago legde de Triumph TR6 geen windeieren. Er zijn in totaal bijna 95.000 stuks gebouwd. Daarvan is 91 procent (ruim 86.000) naar de Verenigde Staten geëxporteerd.

Triumph TR6: stoere Brit met Duitse trekjes

Je zit er warmpjes bij in de TR6

Bij een oude Britse roadster denk je algauw aan tocht en kou. En inderdaad moet je je hoofd en je bovenlichaam in de TR6 goed tegen weer en wind beschermen als je buiten het seizoen op pad gaat. In de Triumph TR6 zul je daarentegen nooit last hebben van koude voeten. Integendeel: de aandrijflijn zorgt voor saunatemperaturen in de voetenruimte. Daardoor is open rijden eigenlijk de enige optie, zelfs bij koud winterweer. Tijdens zomerse ritten wordt het té heet aan boord. Dan moet je eigenlijk een paar coolpacks om je onderbenen wikkelen. Maar dan nog breekt het zweet je uit. Regelmatige drinkpauzes zijn dan ook een must. Niet alleen voor de bestuurder en de bijrijder, want zoals gezegd lust ook de zescilinder een flinke slok.

Triumph TR6: stoere Brit met Duitse trekjes

Triumph TR7 vervanger Triumph TR6

In 1976 ging de Triumph TR6 uit productie. Dat jaar moest hij definitief plaatsmaken voor de in 1974 gepresenteerde Triumph TR7. Deze zeer strak gelijnde, wigvormige auto werd door de diehard TR6-fans niet voor vol aangezien. Vooral omdat hij aanvankelijk alleen als coupé leverbaar was. Pas in 1979 kwam er een open variant, de Triumph TR7 Drophead Coupé. Aanvankelijk was de vraag naar de TR7 groot, maar nadat er allerlei kwaliteitsproblemen bekend werden, nam het enthousiasme van het koperspubliek snel af. Toch zijn er zo’n 115.000 stuks verkocht, 10.000 meer dan van de TR6. Als klassieker is de TR6 echter veel geliefder dan zijn opvolger. Inmiddels vergt een goede Triumph TR6 een investering van minimaal 20.000 euro. Maar ga bij aankoop niet over een nacht ijs. Motorisch is een TR6 sterk, roest aan het chassis en de wielophanging is daarentegen vaak een serieus probleem.

Triumph TR6: stoere Brit met Duitse trekjes
Gert Wegman
Door Gert Wegman
klassieker-van-de-week

Wekelijks vermaak voor klassiekerliefhebbers

Dit artikel maakt onderdeel uit van de serie ‘Klassieker van de week’. Elke dinsdagavond om 19.00 uur zetten we een klassieker of youngtimer in de schijnwerpers.

Mis geen belangrijk autonieuws meer

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en wij zorgen ervoor dat je altijd weet wat er speelt. Zo mis je geen belangrijk autonieuws meer.

Zoeken

Merk- & modeldossiers