klassieker v.d. week

Gevleugelde vriend

Ford Sierra RS Cosworth: icoon uit de eighties

Op het circuit dreigde hij elke tegenstander de baas te worden. Alleen doordat de Ford Sierra RS Cosworth zware restricties opgelegd kreeg, kon de concurrentie bij hem in de buurt komen.

Ford Sierra RS Cosworth: icoon uit de eighties

Vraag een willekeurige autoliefhebber eens of hij een icoon uit de jaren tachtig kan opnoemen, een auto die een belangrijk stempel op de geschiedenis heeft gedrukt. De kans is groot dat dan – na enige bedenktijd – de Lancia Delta HF Integrale, de Audi Quattro, de Peugeot 205 GTI of de BMW M3 wordt genoemd. Inderdaad: modellen die bij heel veel mensen nog altijd zeer tot de verbeelding spreken. Maar toch, de oogst blijft daarmee ook wel karig. 

Wat je hieruit kunt concluderen? Dat de jaren tachtig voor de autohistorie nauwelijks van belang zijn geweest. Auto’s uit deze periode lijken alleen in aanmerking voor de icoonstatus te komen als zij iets in de autosport bereikt hebben. Goed, laat dat dan maar het uitgangspunt zijn. Maar dan moet één auto beslist aan het lijstje worden toegevoegd: de Ford Sierra RS Cosworth.

Openbare weg

Wat de Ford Sierra RS Cosworth dan zo bijzonder maakt? Welnu, allereerst zijn afkomst. Fords verleden is doorspekt met succes in de autosport. Of het nu gaat om de Formule 1, de rallysport of het racen met toerwagens en sportscars, overal heeft het merk boven aan de top gestaan. Om in de rally- en toerwagensport die top te bereiken, ontwikkelde Ford op basis van eigenlijk weinig opzienbarende massaproducten de meest waanzinnige racemachines. 

Die op hun beurt dan weer de basis vormden voor een groot aantal fantastische sport-Fords voor op de openbare weg. Denk bijvoorbeeld aan de aloude Escorts RS2000, de Capri RS2600 en de eerste Focus RS, die zonder enige twijfel een toekomstige klassieker is. Wat al deze snelle straatmodellen met elkaar gemeen hebben, is de lettercombinatie ‘RS’. Een afkorting die staat voor Rallye Sport.

Ford Sierra RS Cosworth: icoon uit de eighties

Pretletters

De letters RS zijn trouwens niet voorbehouden aan de snelle modellen van Ford. Ook andere fabrikanten, zoals Porsche, Audi en Renault, passen deze afkorting toe op hun sportiefste producten. Op de snelste Sierra gaat dan ook meer kracht uit van het tweede naamplaatje op de achterklep: Cosworth. 

De relatie tussen Ford en deze (sport)motorenspecialist gaat zelfs terug naar de late jaren vijftig. Klassiekers als de Lotus Cortina en de Escort RS1600 worden aangedreven door een motor die is ontwikkeld door Cosworth. Ford liet dat nooit met zoveel woorden doorschemeren en hield de eer liever aan zichzelf. Pas met de komst van de Ford Sierra RS Cosworth, op de autosalon van Genève in het voorjaar van 1985, kwam daar eindelijk verandering in.

De super-Sierra kreeg de zware taak om Fords sportieve reputatie nieuw leven in te blazen. Die had in het Groep B-rallykampioenschap van 1986 namelijk een flinke knauw te verduren gekregen, toen een RS200 tijdens de rally van Portugal betrokken was geraakt bij een ongeval dat drie toeschouwers het leven kostte. 

De Groep B was ronduit spectaculair, maar de krankzinnig snelle rallymonsters – waarvan de motorvermogens soms ver boven de 500 pk reikten – lieten zich nauwelijks meer in toom houden. Nadat het Lancia-duo Henri Toivonen en Sergio Cresto tijdens de rally van Corsica fataal crashten, grepen de hoogste autoriteiten in: de Groep B werd verboden.

Ford Sierra RS Cosworth: icoon uit de eighties

Samenwerking met Cosworth

De nieuwe koningsklasse in de race- en rallysport werd de Groep A, waarbij alleen nog auto’s werden toegelaten die op een productiemodel waren gebaseerd. Het vermogen, het minimumgewicht en de toegestane technologie werden omschreven in een strak omlijnd reglement, waardoor de kosten binnen de perken konden blijven. Dat maakte het ook voor privé-teams interessant om met een Groep A-auto deel te nemen aan de internationale en nationale race- en rallykampioenschappen.

“In de latere race-RS500’s werd uit het slagvolume van twee liter zelfs een vermogen van meer dan 500 pk getoverd”

In samenwerking met Cosworth – die ook de motor van de RS200 had ontwikkeld – begon Fords afdeling Special Vehicle Engineering met de bouw van een nieuw race- en rallywapen. Mede vanwege zijn achterwielaandrijving werd de driedeurs Sierra hiervoor het meest geschikt geacht. Op basis van de viercilinder Pinto-motor ontwikkelde Cosworth een tweelitermotor met dubbele bovenliggende nokkenas, vier kleppen per cilinder en een turbo. 

Voor toepassing in de straatversie van de Ford Sierra RS Cosworth (waarvan er volgens de homologatie-eisen minstens 5000 gebouwd moesten worden) werd het vermogen van de motor afgeregeld op 150 kW, oftewel 204 pk. In de latere race-RS500’s werd uit het slagvolume van twee liter zelfs een vermogen van meer dan 500 pk getoverd. Helaas konden de Ford-coureurs die hoeveelheid power maar kortstondig uitbuiten.

Ford Sierra RS Cosworth: icoon uit de eighties

Restrictor

In het WK toerwagens van 1987 ging de strijd vooral tussen de Ford Sierra RS Cosworth en de BMW M3. Halverwege het seizoen bracht Ford de RS 500 aan de start, waarmee het rijdersduo Klaus Ludwig/Klaus Niedzwiedz de constructeurstitel voor Ford veilig stelde. Helaas bleef het daar ook bij, aangezien het wereldkampioenschap al na een seizoen werd gestaakt. In 1988 richtte Ford zich op het DTM en het EK toerwagens. 

Hoewel Ford het Europees kampioenschap naar zich toetrok, was het verloop van het DTM-seizoen eerder ontnuchterend. Ford maakte gebruik van tweeliter turbomotoren, de concurrentie (BMW en Mercedes) paste 2,3-liter viercilinders zonder drukvulling toe. BMW en Mercedes kaartten hun nadeel ten opzichte van de Sierra’s aan bij de wedstrijdleiding, die Ford vervolgens verplichtte om een 43,5 mm grote luchtrestrictor op de turbo toe te passen.

BMW en Mercedes kregen intussen groen licht om hun motoren verder door te ontwikkelen, terwijl het minimumgewicht van de Sierra’s “om veiligheidsredenen” verhoogd werd naar 1500 kilo. Maar zelfs dat kon de Sierra’s niet van de overwinning afhouden. En zelfs een 38 mm grote luchtrestrictor, waarmee de Cosworth-motoren nog amper konden ademen, kon de snelle Sierra’s niet beteugelen.

Ford Sierra RS Cosworth: icoon uit de eighties

Walter Wolf

Op Brno won Armin Hahne weer een race en Klaus Ludwig werd twee keer tweede. Ook op de Nordschleife leek de door Walter Wolf geprepareerde auto van Hahne te vliegen. Dat nam de auto van Klaus Niedzwiedz overigens vrij letterlijk: bij zo’n 300 km/h klapte een band en koos de Sierra het luchtruim. Daarmee werd aangetoond dat het voorgeschreven gewicht van de Fords juist nadelig was voor de veiligheid, doordat de banden het veel te zwaar te verduren kregen.

De hervonden snelheid van de Cosworths werd na beklag van BMW en Mercedes opnieuw ingedamd; voortaan moest op de motor van alle Sierra’s een luchtrestrictor van 36 mm worden toegepast. Maar ook dat weerhield Klaus Ludwig er niet van om in de laatste race van het seizoen kampioen te worden, ondanks problemen met zijn turbo en een voorwielophanging die het begaf.

In 1989 bleef het hoge gewicht de Sierra’s parten spelen en greep Klaus Niedzwiedz ondanks vier overwinningen net naast het kampioenschap. Aan het einde van het seizoen hield Ford het voor gezien in de DTM en werd het raceprogramma met de Ford Sierra RS Cosworth gestaakt. De auto had zijn diensten bewezen en bracht Ford drie titels, 29 overwinningen in de DTM, negen keer winst in het EK toerwagens en zes overwinningen in het WK. Plus daarnaast nog een keer de winst in de 24-uursraces van Spa-Francorchamps en van de Nürburgring – en twee keer de legendarische Bathurst 1000 in Australië. Om over de talloze overwinningen in allerlei nationale en internationale rallykampioenschappen nog maar te zwijgen.

Ford Sierra RS Cosworth: icoon uit de eighties

Ford Sierra RS Cosworth vraagt om klappen

Inmiddels zijn we bijna dertig jaar verder. Hoewel de BMW M3 een erkend klassieker is geworden, wist de Sierra RS Cosworth op het Europese vasteland nooit zo’n grote schare liefhebbers aan zich te binden. Dat in tegenstelling tot in Groot-Brittannië, waar de auto is uitgegroeid tot een waar icoon. Maar ook daar begint de spoeling inmiddels aardig uit te dunnen.

“Wat meteen opvalt als je een rondje om de auto loopt, is natuurlijk zijn gigantische achterspoiler”

Destijds werd het straatmodel van de Ford Sierra RS Cosworth in drie verschillende kleuren geleverd: wit, zwart en lichtblauw. Wij hebben vandaag een wit exemplaar tot onze beschikking, dat deel uitmaakt van de historische collectie van Ford UK. Wat meteen opvalt als je een rondje om de auto loopt, is natuurlijk zijn gigantische achterspoiler. Meteen is duidelijk waar de auto zijn koosnaampje ‘de Vleugel’ aan te danken heeft. Naar de moderne maatstaven zijn de 15-inch lichtmetalen wielen – met daaromheen 205/50 VR 15-banden – een stuk minder indrukwekkend, maar daar werd in 1986 nog heel anders over gedacht. De bodykit doet de rest en laat er geen misverstand over bestaan dat we met een heel bijzondere auto op pad gaan.

Ford Sierra RS Cosworth: icoon uit de eighties

Turbogat

Het interieur van de Ford sierra RS Cosworth is weliswaar een stap terug in de tijd – keihard plastic en hoekige vormen maken de dienst uit – maar de met velours beklede Recaro-kuipstoel zit net zo goed als een moderne sportzetel. Linksboven in het instrumentarium is een plekje gereserveerd voor een turbodrukmeter. Tja, een turbomotor in een auto uit de jaren tachtig, dat is vragen om klappen. Destijds waren turbo’s behoorlijk fors en eigenlijk alleen bedoeld om heel veel vermogen uit een motor te peuteren. Uit deze tijd stamt de term ‘turbogat’ dan ook; bij een laag toerental doet de motor nauwelijks iets, dan komt de turbo op druk, begint het vermogen zich razendsnel op te bouwen en krijg je plotseling een keiharde trap in je rug.

Ondanks het formaat van de turbo is de auto opvallend gemakkelijk in de omgang. De tweeliter zestienklepper heeft een vermogen van 204 pk – de straatversie van de RS500 beschikt over 225 paardenkrachten – en levert bij 2300 tpm al 220 Newtonmeter. Het koppel bereikt zijn piekwaarde van 276 Nm pas bij 4500 tpm, wat toch wel weer karakteristiek is voor een klassieke turbomotor. Maar dankzij zijn natuurlijke trekkracht hoef je niet het uiterste van de motor te vragen om vlot onderweg te zijn.

Ford Sierra RS Cosworth: icoon uit de eighties

0-100 in 6,8 seconden

Trap je vervolgens het gaspedaal helemaal in, dan voel je na een korte wachttijd meteen waartoe de motor in staat is als de laaddruk honderd procent is. Dan brengt de motor een stuwkracht op de achterwielen over die zijn weerga nauwelijks kent. In 6,8 seconden vliegt de Ford Sierra RS Cosworth naar de honderd en als je dapper genoeg bent om het gaspedaal gevloerd te houden, dan behoort een topsnelheid van 240 km/h tot de mogelijkheden. Er is wat aanpassingsvermogen nodig om optimaal van de turbokracht gebruik te kunnen maken, maar als je de auto wat langer kent en het gaspedaal goed weet te doseren, maak je je ook op een bochtige weg uiterst rap uit de voeten.

De auto stuurt zonder meer strak, zijn wegligging kent aan de veilige kant van de grenzen geen rafelige randjes. De vering kan zelfs comfortabel genoemd worden. Aan de andere kant van de limieten is er voor de bedreven bestuurder ook heel veel plezier te beleven. Niet voor niks heeft de Sierra RS Cosworth ook in de rallywereld veel succes geboekt. Het recept: veel vermogen en achterwielaandrijving. De Sierra RS Cosworth is er groot mee geworden.

Dit verhaal over de Ford Sierra RS Cosworth stond eerder in Classic Cars Magazine.

Igor Stuifzand
Door Igor Stuifzand

Wekelijks autoplezier in je mailbox?

  • ✓ Mis geen belangrijk autonieuws
  • ✓ Exclusieve verhalen alleen voor jou
  • ✓ Speciale kortingen en acties
klassieker-van-de-week

Wekelijks vermaak voor klassiekerliefhebbers

Dit artikel maakt onderdeel uit van de serie ‘Klassieker van de week’. Elke dinsdagavond om 19.00 uur zetten we een klassieker of youngtimer in de schijnwerpers.

Zoeken

Merk- & modeldossiers