Een dag in de bus van ANWB Wegenwacht… Gerrit Veenhuizen

Een dag in de bus van ANWB Wegenwacht… Gerrit Veenhuizen

Waren wij er nu getuige van of nipt niet? De ANWB zal het nog uitpluizen, maar er bestaat een serieuze kans dat wij er live bij aanwezig waren. Op het moment dat wij bij Wegenwacht Gerrit Veenhuizen in de bus springen kan elke oproep namelijk het één miljoenste pechgeval zijn dat de ANWB Wegenwacht dit jaar te hulp schiet. Gezonde spanning bij ons, kalmte bij de ervaren Gerrit. Maar beiden zijn het eens dat het bijzonder zou zijn.

Eén miljoen, en 2015 duurt nog een volle maand! Het Nederlandse wagenpark telt zo'n acht miljoen auto's, dus dat betekent dat de ANWB Wegenwacht een reddende engel is voor maar liefst één op de acht auto's. En dat jaar in, jaar uit. Gemiddeld ontvangt de alarmcentrale in Assen ruim 3.000 telefoontjes per dag. Het leeuwendeel is afkomstig van leden, uiteraard. Maar een pechvogel die (nog) geen lid is wordt echt niet genegeerd. Ook zij krijgen pechhulp of advies aangeboden, al staat daar uiteraard wel een prijs tegenover. Zelfs als er bij toeval op een automobilist met panne wordt gestuit, wat regelmatig gebeurt, voelt de Wegenwacht zich geroepen een vriendelijke arm uit te steken. Een nobele filosofie die onmiddellijk gedachten oproept bij de welbekende gelijkenis over de barmhartige Samaritaan. Want zeg nu zelf: stop jij spontaan als je een ogenschijnlijk pechgeval langs de kant van de weg ziet staan?
“De bus van Gerrit lijkt wel een mobiele garage.”

De gele paal wordt een monument
Contact opnemen met de Wegenwacht kan nog altijd via de gele paal, maar slechts 1% van de pechvogels doet dat nog. 'We hebben weleens meegemaakt dat iemand naar onze centrale belde met z'n mobiele telefoon, terwijl hij pal naast een gele paal stond', vertelt Gerrit glimlachend. 'In zo'n geval is de eigen mobiel nog omslachtig ook. Elke gele paal bevat namelijk een knop waarmee direct de locatie van het pechgeval duidelijk wordt. En dat kan nuttige tijd schelen als je niet precies weet waar je staat. Helemaal in het holst van de nacht, bij regen'.

Niettemin wil de Minister van Verkeer zo snel mogelijk van de duizenden gele palen af. Beste zonde eigenlijk, want het zijn monumenten geworden. Nederlands erfgoed. En dan kunnen de kosten uit het potje van Monumentenzorg. Toch…?

Rondjes rijden
Tegenwoordig bellen de meesten dus rechtstreeks met de Drentse centrale. Bellen via de Wegenwacht-applicatie (voor iOS- en Android-smartphones) kan ook, en de meldcentrale krijgt dan – zonder te hoeven informeren – meteen zicht op waar het pechgeval zich bevindt. Handig.

Hoe anders ging dat in het prille begin van de Wegenwacht, in de naoorlogse jaren. Toen reden de Wegenwachten op overgeschilderde Harley's rondjes om de kerk, uitkijkend naar een gestrand voertuig. Opmerkelijk genoeg is dat laatste in zekere zin onveranderd. Ook nu nog is de ANWB Wegenwacht continue onderweg, in afwachting van een pechgeval. 'Dat klinkt inefficiënt en kostbaar, maar onze lange ervaring bewijst het tegendeel. Bovendien zijn wij bij deze werkwijze actief zichtbaar op de weg, en dat voedt het beeld in het verkeer dat de Wegenwacht nooit ver weg is als de nood aan de man is', verklaart Gerrit.

Ook eerst hulp bij ongelukken
Snel ter plekke kunnen zijn is een sterke kracht van de Wegenwacht. Maar soms worden Wegenwachten tegen wil en dank wel heel direct met de neus op de feiten gedrukt. Het is gelukkig sporadisch, maar Gerrit en zijn collega's kunnen uiteraard getuige zijn van een ongeval. 'Die realiteit krijg je erbij als je continue in beweging bent, maar ook dan staan we er'. De Wegenwacht doet namelijk meer dan een gestrande automobilist zo snel mogelijk weer op weg helpen. Ook ondersteunen ze de algemene hulpdiensten bij verkeersongevallen. Meestal blijft dat bij het bewaken van de situatie, maar soms gaat dat verder tot het geven van eerste hulp aan slachtoffers totdat de politie, ambulance of eventueel ook de brandweer is gearriveerd'. EHBO is zelfs een jaarlijks terugkerende cursus voor Wegenwachten, naast een cursus 'noviteiten in de auto-industrie' en twee naar eigen behoefte te volgen cursussen. 'Ja, wij zijn goed en modern uitgerust', grimast Gerrit trots.

“Niet voor niets doe ik dit al 17 jaar. En hiermee tik ik het aantal dienstjaren van de gemiddelde Wegenwacht nog niet eens aan!”

Een goed uitgeruste (mobiele) werkplaats

Dat het de Wegenwacht niet aan kennis en kunde ontbreekt om de meeste auto's weer op weg te helpen blijkt ook na een blik in Gerrit's Volkswagen Transporter. Je treft er een arsenaal aan moderne (elektronische) gereedschappen en een voorraadje onderdelen die een hoge omloopsnelheid kennen, zoals accu's en de belangrijkste vloeistoffen voor een auto. Er zijn Wegenwachten die over nog meer redmiddelen beschikken en Gerrit is er één van. Z'n bus lijkt welhaast een mobiele garage.

Zo is er achterin de bus van Gerrit een semiautomatisch afsleepmechanisme geïnstalleerd. Andere Transporters zijn dan weer extra gespecialiseerd in het kunnen oplossen van problemen die kunnen of zijn ontstaan bij het tanken van de verkeerde brandstof. 'Dat is mijzelf een keer overkomen tijdens een dienst. Dom natuurlijk, maar zoals alle Wegenwachten werk ik nogal gestructureerd en dat betekent, een tikkeltje maf wel, in mijn geval steevast tanken bij hetzelfde tankstation en zelfs een vaste pomp. Net om het moment dat ik de dieselslang wilde grijpen, ontving ik een oproep en in die kortstondige onoplettendheid zat er ineens benzine in mijn bus. Oeps.'

Een streepje voor
Doordat de Wegenwacht merkbaar goed contact heeft met de algemene hulptroepen, alsook het Rijksdienstwegverkeer, kan het verschil maken in vergelijk met andere servicediensten. 'Wat wij hiervan zoal merken tijdens een gemiddelde patrouilledienst is een sympathieke houding van medeweggebruikers tegenover onze gele bussen. Maar soms keert het heersende beeld 'de reddende engel' te zijn ook tegen ons. Men is dan in de veronderstelling dat wij auto's voor langere duur kunnen repareren. Ja, wij kunnen best veel, maar helaas is de pech veelal zo nijpend dat wij wel een noodoplossing kunnen bieden, maar daarna een garage bezoeken toch echt verstandig is. Dat adviseren wij dan ook vrijwel altijd aan de klant. Bij accuproblemen, een kapotte lamp en zelfs elektrische storingen is dat anders. Daarvoor hebben alle dik 900 Wegenwachten een tjokvolle bus', grapt de goedlachse Tukker. Zichtbaar heeft Gerrit plezier als Wegenwacht. 'Niet voor niets doe ik dit al 17 jaar. En hiermee tik ik het aantal dienstjaren van de gemiddelde Wegenwacht nog niet eens aan!'.

Meer verhalen van de Wegenwacht lees je hier.