Autodesign slaat een nieuwe weg in

De huidige trends in autodesign

Autodesign is als mode; het duikt om de zoveel tijd een andere richting in. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de hoekige auto's uit de jaren ‘90 van de vorige eeuw. Nu worden die als gedateerd beschouwd en zijn autofabrikanten in de weer met vloeiende, zachtere lijnen. Maar ook designtrends die meer op het technisch vlak betrekking hebben treden steeds meer tot de voorgrond. Dagrijverlichting, veelal gesierd door LED's, is daarvan een goed voorbeeld. In dit artikel lichten we een aantal van deze huidige ontwikkelingen uit, want het heeft er alle schijn van dat autodesign aan een nieuw hoofdstuk begint.

Succes in de auto-industrie valt of staat met merkuitstraling. De eerste aanblik is een daalder waard, om het maar eventjes anders te zeggen. Dat wil wel eens fluctueren, afhankelijk van de economische omstandigheden, maar uiteindelijk komt het hier toch op neer. Niet voor niets gaan hieraan hele studies vooraf, uitgevoerd door duurbetaalde specialisten. Een zorgvuldig uitgekiende designfilosofie kan goud waard zijn. Dat staat niet vast, maar het helpt zeker.
Elk merk heeft tegenwoordig daarom heel bewust een eigen ‘familiegezicht’, zoals dat zo mooi heet. Hier wordt onder verstaan dat elk model van een merk in een oogopslag herkenbaar is aan de hand van de voorzijde, doorgaans de eerste aanblik. In de praktijk komt dat neer op een consequent toegepast design over een x-aantal jaren. Het onderliggende communicatiedoel van een automerk daarbij is dat men meteen moeten kunnen opmerken dat de naderende auto een Peugeot, Mazda of bijvoorbeeld een Seat is. Daarbovenop moet de ingeslagen designrichting een emotie oproepen en een band met het automerk creëren. Esthetisch moet het ontwerp een bepaalde uitstraling bevatten die representatief is voor het merk. Hoewel dat vroeger al zo was, wordt dat heden – door autofabrikanten – als cruciaal bevonden. Zie het globaal zo: 'De technisch perfecte auto zal niets klaarspelen als het oog en daarmee indirect het hart er hun neus voor ophalen.' Want jawel, design is minder subjectief (of objectiever als je dat liever wilt) dan we vaak denken.



Exterieurtrends: visueel één brok dynamiet

Afijn, het exterieur vervult die doelbewuste uitstraling natuurlijk grotendeels. En juist op dat onderdeel is er een verschuiving in autodesign van de auto-industrie op te merken. Zoals we in de intro al aanhaalden doen autofabrikanten afstand van de hoekige, vlakkere vormen van de jaren ’90 en maakt men meer gebruik van elegantere lijnen. Neem de nieuwe Mercedes C- en S-klasse als voorbeeld, die beiden een erg vloeiend design kenmerken. Weinig op zichzelf staande oppervlakken die niet elk een functie lijken te hebben, maar daarentegen een carrosserie die uit één stuk metaal vervaardigd lijkt te zijn.
Exterieurdesign wordt daarnaast gestuurd door de steeds strenger wordende CO2-eisen. Aerodynamica is namelijk van grote invloed op het verbruik en dus de uitstoot van een auto. Autdesigners dienen daarom veel rekening te houden met de stroomlijn van hun ontwerpen en het is deze 'opgelegde verplichting' die nauw samenhangt met de keuzes van designers om meer vloeiende lijnen toe te passen bij het tekenen van nieuwe auto's.



Autoverlichting: zien en gezien worden

Na meer dan een eeuw autogeneraties uitstippelen kun je vast voorstellen dat auto-ontwerpers op een gegeven moment tegen een onzichtbare muur aanlopen die voor auteurs en andere schrijvende beroepen een writer's block wordt genoemd. De inspiratie voor een blijvend aanlokkelijk familiegezicht ligt even niet voor het oprapen, zeg maar. Dat gebeurt, maar gelukkig is daar altijd nog die onwetende creativiteit bij de autodesigner zelf of een collega die soelaas biedt, met niet zelden compleet nieuwe inzichten tot gevolg. Een goed voorbeeld hiervan is het uiten van een merkidentiteit via de verlichting van een auto, met name de koplampen. Ruwweg acht jaar geleden was het Audi die deze trend aanwakkerde, maar waren het feitelijk BMW's kenmerkende koplampringen, de zogenoemde 'angel eyes', die stilletjes aan de basis lagen van dit nu gemeengoed geworden oplichtende communicatiemiddel. Sterker, vandaag de dag wordt nog altijd tussen deze twee merken de strijd uitgevochten om wie zich nu de 'vader' van de moderne autoverlichting mag noemen. Ons het is om het even, maar feit is dat autoverlichting sinds de intrede van LED-techniek en onlangs lasertechnologie nooit meer hetzelfde zal zijn. Geloof ons als we beweren dat autoverlichting een nog veel grotere rol gaat spelen in het gevecht om de centen van de consument.

Milieubewuster materiaal

De duur van opnieuw 100 jaar auto-industrie vertaalt zich niet alleen door in het ontwikkelen van nieuwe verlichting of andere technische snufjes. Bouwmaterialen zijn namelijk ook van groot belang voor fabrikanten. En dan niet alleen op designtechnisch vlak, zoals gewichtsbesparend aluminium en koolstofvezel, maar zeker ook op ecologisch vlak. Past de autofabrikant bijvoorbeeld duurzaam hout toe in dashboards, of gebruiken ze hout uit regenwouden? Wordt het leer over de stoelen wel op een duurzame manier gekleurd, of heeft de fabrikant daar lak aan? Dat zijn vragen die de al meer milieubewust-denkende consument zichzelf steeds vaker stelt. Autofabrikanten die willen blijven overleven moeten zijn dat daarom ook gaan doen.


Interieur: minder knoppen
Het bovenstaande slaat vooral op interieurdesign en als we daar dieper op ingaan komen we meer duidelijke interieurtrends tegen. Modern design wordt namelijk steeds eenvoudiger. Omvangrijke, fysieke knoppenclusters op het dashboard raken uit de mode omdat ze tegenwoordig als chaotisch worden gezien door consumenten. Het moet eenvoudiger. Overzichtelijker. 'Hoe?', dachten autofabrikanten nog niet eens zo lang geleden. Aan de hand van een – al dan niet aanraakgevoelig – infotainmentsysteem zo weten zij en wij nu. Het liefst midden bovenop op het dashboard, daar waar de gemiddelde bestuurder er makkelijk bij kan.
Enkele fysieke knoppen zullen wellicht altijd wel blijven omdat er zoiets voorgoed is als menselijke intuïtie, maar als het door innovatie even kan zullen ze tot een minimum worden beperkt. Een soortgelijke trend is al aan de gang in de telecommunicatie-industrie. Zie de huidige smartphone- of tabletmarkt. Ook de auto wordt al meer een rijdende computer en het is aan de autodesigner om daar slim mee om te springen, rekening houdend met alle (identiteits)factoren die zijn autowerkgever van een andere moet onderscheiden om salaris te kunnen betalen.

Kijk voor je!

Aan elke vooruitstrevende technologie kleeft echter ook weer een of meerdere nadelen. Om daarin bij de infortainmentsystemen te blijven. De weergaveschermen daarvan zijn veelal ergonomisch niet ideaal in de omgang. Om een touch-screen te bedienen moet je je arm en vinger namelijk uitsteken en richten en je ogen hebben de natuurlijke drang om tegelijk naar het scherm te kijken, wat de aandacht van de weg afleidt. Voilà, een nieuwe autotrend was geboren na met een schuin oog naar de vliegtuig-industrie te hebben gekeken. Want daar is het daarin gelijknamige en heden in de auto-industrie oprukkende Head-Up Display (HUD) namelijk van ontleend. De werking van een HUD is in een vliegtuig en een auto zelfs nagenoeg hetzelfde. In de meeste gevallen wordt belangrijke informatie via een projector op de voorruit of een doorzichtig schermpje geprojecteerd. Het werkt uiterst doeltreffend, want de bestuurder blijft naar wens geïnformeerd en kan tegelijkertijd de ogen op de weg houden. Erg veilig dus.



What's next?!

Ideale informatieverschaffing in de auto kan echter nog een stap verder. Ooit aangemoedigd door de Mercedes-Benz S-klasse en later Jaguar en Volvo, heeft Audi haar nieuwe TT (en ook de Lamborghini Huracan) voorzien van een volledig virtueel instrumentenpaneel. Een compleet analoog-vrij display dat vergaand naar wens van de bestuurder is in te stellen en de noodzaak van een centraal geplaatst scherm op het dashboard elimineert. Dit opent op zijn beurt weer een deur voor interieurdesigners die al tijden creatieve plannen van het klassieke dashboard hebben, maar daar tot dusver geen ruimte voor kregen. Designvrijheid om eindelijk die eigenlijk altijd al  logische functie toe te kunnen passen, zoals bijvoorbeeld de bediening van de klimaatregeling ín de ventilatieroosters.
Jazeker, na meer dan een eeuw mag natuurlijk rubber bij een auto nog altijd het enige contact met de weg zijn, maar voor hoelang nog? Oftewel, what's next?!