Audi Snow Bob vs. MINI Snow Rocker

Audi Snow Bob vs. MINI Snow Rocker

Wie kent het niet, de stoere mannenpraat aan de bar, op verjaardagspartijtjes of tijdens een avondje poker. Auto’s vormen in zeven van de tien gevallen hét gespreksonderwerp. En veelal voltrekt zich een waar, maar o zo gezellig doch welgemeend kat-en-muisspel over dat automodel X – toch echt – sneller is dan automodel Y, niet beseffend dat men eigenlijk appels met peren aan het vergelijken is. Maar wat als je de ‘onnatuurlijke’ factoren vrijwel volledig elimineert en een race aangaat met puur en alleen de zwaartekracht als aanjager. We namen de proef op de som, met in de ene hand een gitzwarte MINI en in de andere een vuurrode Audi. Een glij-impressie.



Wat eigenlijk een titanenstrijd tussen de Duitse premiummerken Audi, BMW en Mercedes-Benz had moeten zijn – laatste twee konden niet voorzien in een glijtuig – werd een kemphanengevecht met in de rode hoek een slee uit de Audi Collection en in de zwarte hoek een slee uit de MINI Lifestyle Collection. Voor de verandering is de MINI eens duurder in aanschaf dan de Audi. Bijna twee keer zo duur zelfs, namelijk € 79,- versus € 40,-. De MINI Snow Rocker, zoals de slee officieel in de boeken staat, verdedigt zijn aanzienlijk hogere aanschafprijs door meer houvast te bieden en tegelijkertijd de mogelijkheid te geven om, wanneer nodig, enigszins bij te sturen aan de hand van een fikse ‘stuurknuppel’. De Audi daarentegen is lichter (1,8 tegen 2,5 kg) en heeft een compactere bouw. Het is de omgekeerde wereld, maar door het ontbreken van elke vorm van mechanische stuwkracht is de strijd op voorhand niet te voorspellen.


Saint-Paul-en-Chablais
Daar stonden we, bovenaan een nabij het Franse Saint-Paul-en-Chablais gelegen, besneeuwde heuvel die speciaal voor sleetje-rijden aangelegd leek te zijn. Tussen start en finish zat op het oog toch zeker een afstand van 150 meter, al liet zich dat lastig inschatten omdat de ganse omgeving was gehuld onder een dikke, witte deken. In de verte, ergens in de buurt van de eindstreep, torenden twee opeenvolgende sneeuwbulten boven het verder ogenschijnlijk biljartlaken strakke oppervlak uit. Die konden wel eens voor verrassende wendingen in de wedstrijd zorgen.

Eerlijke strijd

Na het analyseren van de obstakels werd onmiddellijk een kant gekozen. De kant van de weg met de minste weerstand welteverstaan. Om de wedstrijd op een eerlijke wijze te kunnen beslissen telde de wedstrijd drie rondes zodat elk minstens tweemaal moest starten op de rechterbaan en tevens diende er telkens gewisseld te worden van slee, omdat fysieke gesteldheid in het voordeel van de ander kon werken. Vandaar ook dat de hoogst behaalde topsnelheid als einduitslag werd gehanteerd en niet de snelste acceleratietijd van bijvoorbeeld 0 naar 15 km/h. Wederom omdat de ene bestuurder nu eenmaal wat flexibeler in de heupen is dan de ander.


Moeder Natuur

Een sterke start is desondanks positief voor de balans, de algehele rust en daarmee de uiteindelijk bereikte topsnelheid, de bepalende factor tussen eeuwige roem of het met de staart tussen de benen huiswaarts keren. En dat bleek wel na de opwarmronde. Na enkele eerste pogingen leek de Audi de beste papieren te hebben. Nogmaals, van quattro-aandrijving of een gelimiteerd slip-differentieel was geen enkele sprake. Ook de MINI leek weinig te profiteren van z’n hogere stabiliteit en wendbaarheid, terwijl we op voorhand anders hadden ingeschat. Nee, Moeder Natuur was eigenlijk de enige en onpartijdige factor tussen winnen en verliezen. En durf. En geluk. Nou ja, we hebben gepoogd het spel zo eerlijk mogelijk te spelen.

Topsnelheid
Getuige daarvan zijn de neergezette pieksnelheden. Die doen door de bank genomen nauwelijks voor elkaar onder. De Audi noteerde tijdens de eerste twee ronden een topsnelheid van respectievelijk 22.24 en 25.45 km/h. De MINI had in eerste instantie wat moeite z’n draai te vinden (19.62 km/h; bult), maar herpakte zich tijdens de tweede stint door 24.42 km/h te klokken. Vanwege de onfortuinlijke eerste race voor de MINI besloot de niet nader te noemen jury de eerste ronde te schrappen uit de competitie. Dit tot grote ergernis van Audi. Maar sportief als het merk uit Ingolstadt is werd er sneeuw over de beslissing gegooid en een vervangende nieuwe ronde gestart. En liet nu juist deze stint de wedstrijd weer helemaal open te breken: 27.25 tegen 27.38 in het voordeel van de Audi. De Duitser zag zijn voorsprong slinken, maar hield het vertrouwen op de eindzege. Ondertussen blaakte de MINI van zelfvertrouwen.



Wat een lol!

De derde en allesbeslissende ronde. Na meerdere beklimmingen van finish naar de startlijn waren de spieren van beide sleecoureurs goed los en warm. Het kwam nu echt op de beide sleetjes aan. Een tos besliste in welke baan gestart mocht worden. Afgaande op het gemiddelde bleek de linker de snelste. MINI koos munt en kreeg het recht om als eerste te kiezen. Het werd links. De Audi was zodoende genoodzaakt de rechterkant van de glijbaan te nemen.
Maar het kon nog alle kanten op, daar de eerdergenoemde twee bulten zich in de linkerhelft van het slagveld bevonden. Een dure gok voor de MINI? Ja, maar wat pakte die voortreffelijk uit. In een allesvernietigende poging wist de MINI een louter respect afdwingende topsnelheid van maar liefst 36.25 km/h te bereiken tegen een weliswaar verdienstelijke 29.56 km/h voor de Audi. Audi werd verpletterd. Op Frans asfalt mag het merk met de vier ringen dan recordhouder en ongenaakbaar zijn, op glad ijs is MINI de ongekroonde koning. Wat een lol! En dat voor nog geen 150 euro.