Leren autorijden dankzij stoomcursus autocoureur

Prodrive stoomcursus autocoureur

Net 15 was ik. Terwijl leeftijdsgenoten in een Puch of, onder de notoire spijbelaars, een Yamaha Aerox hun jeugddroom verwezenlijkt zagen liep ik een krantenwijk – “Het AutoNieuws” nota bene – met een heel ander doel: het beruchte roze papiertje. Mijn autorijbewijs halen zodra de legale leeftijd daarvoor was bereikt, dat was mijn missie. Ik slaagde. De Renault 5 van mamlief wist niet wat hem overkwam. Stoepranden en medeweggebruikers wist ik te mijden, maar daadwerkelijk kunnen rijden? Allesbehalve. Er viel nog veel te leren.


Het is de start van iedere beginnende bestuurder. En heus niet alleen dat van hem of haar. Eenmaal het roze papiertje op zak (jazeker, ik bezit ‘em nog) lijkt menig automobilist te denken dat autorijden min of meer vanzelf gaat. De gewenste richting op sturen, ondertussen een beetje roeren in de versnellingsbak – indien met automaat zelfs dat niet eens – en gelijktijdelijk een pedaal intrappen en een ander loslaten en we menen er wel te zijn. Om ons heen kijken en het gebruikmaken van de spiegels is er vrijwel meteen na het bezoek aan het gemeentehuis veelal al niet meer bij. Nog maar te zwijgen over die hendels achter aan de stuurkolom.

Hoe krom is dat?!
Hoewel ik er wellicht ietwat lacherig over doe, niet zelden krap ik mezelf achter de oren over hoe het toch mogelijk is dat Nederland relatief weinig dodelijke verkeersslachtoffers kent. Want we denken wel goed te kunnen rijden, de waarheid ligt daar in driekwart van de gevallen ver vandaan. Auto’s worden weliswaar alsmaar veiliger, maar ook sneller terwijl de kunde van de gemiddelde automobilist lijkt stil te staan en het bewegende wagenpark ondertussen toeneemt.
Gekscherend sturen we onze kroost niet langer de straat op zonder valhelm en laat zowat iedere hondenbezitter zijn viervoeter niet meer uit zonder flitsend gekleurd reflecterend vestje. Maar zodra we ’s avonds achter het stuurwiel plaatsnemen vergeten we spontaan de verlichting te ontsteken. Bij vorst enkel de voorruit krabben ter grootte van schoenendoos is er nog zo een.



Doe er wat aan!

Misschien lijk ik nu iedere automobilist over een kam te scheren, maar niets is minder waar. Ze zijn er, automobilisten die zich voorbeeldig in het verkeer gedragen en tegelijkertijd ook nog lekker opschieten. Een pluim verdienen ze. Vanwege mijn baan bij Autowereld.com heb ik het voorrecht mijn niveau van autorijden bij te spijkeren. Iedere dag weer. Echter toen ik me onlangs meerdere keren erop betrapte dat aan mijn niveau nog wel het nodige schort, besloot ik hier iets aan te doen. Via een racecursus.

Perfecte combi
Drie dagen duurde het, de gevolgde stoomcursus autocoureur van Prodrive Training. Locatie was het TT Circuit van Assen. Vanwege het ontbreken van hoogteverschillen, weinig blinde, maar lastig op tempo te overwinnen bochten en lange rechte stukken een technische baan. Ideaal om de raakvlakken met het dagelijkse verkeer na te bootsen. Daar ging het me immers om; om een betere autobestuurder te worden. Wat doet een auto onder bepaalde omstandigheden en hoe moet ik daar op anticiperen zodra dit of dat zich voordoet? Dat soort vraagstukken. Vermaak was een goede tweede qua voornemen. En, geloof me, geen cursus waar deze twee aspecten perfect samenkomen.


Betere autorijden. Hoe?

De eerste dag was het vooral kilometers maken. ‘Al doende leert men’ is het adagium; oefenen, oefenen en nog eens oefenen. Voor zoals dat voor velen dingen geldt, schuilt zo goed mogelijk willen autorijden ook in de kracht van herhaling. Wat gebeurt er bij een surplus aan enthousiasme? En als er over- of onderstuur optreedt, hoe dient dit te worden gecorrigeerd? Aan de andere kant wil je immers ook niet traag zijn. Zoeken naar het snelste compromis. Durven te remmen ook. Maar ook dan heb je te maken met natuurkundige wetten.

Links, achter, rechts, whaaa!!!
Eerst maar eens de auto proberen aan te voelen. In mijn geval was dat overigens een Mazda MX-5 Cup-racer. Iets van 120 pk sterk. Een ruwe schatting vanwege een zwaar leven, maar nog best rap vanwege het lage wagengewicht. Achterwielaandrijver ook. Geweldig voor dit soort evenementen. Maar dat terzijde.
Prompt zit er een medecursist in een BMW naast me. Terwijl ik instuur. In de remmen. Hard! Ze blokkeren. Niet goed. Meteen word ik met mijn neus op de feiten gedrukt. “Verder vooruitkijken, ook achter je!”, hoor ik nadien. “En beter doseren. Tegen de grens van het wel of niet blokkeren aan.”
Een groentje op asfalt ben ik nu ook weer niet, maar in zo’n nagebootste racesituatie met pakweg veertig coureurs in spe en allemaal hetzelfde nadrukkelijke verlangen – de eerste zijn – gebeuren er ineens duizenden dingen tegelijk. In het bijzonder als men zich inbeeldt na een cursusdag al een volleerd coureur te zijn. “Net als in de dagelijkse praktijk”, klinkt het beleerd. Ik frons, maar de gemotiveerde, ervaren instructeurs van raceschool Prodrive hebben wel degelijk gelijk. Daar ging een stukje ego. Ik zou nog een heleboel deuken oplopen die dagen.


Wijze lessen

Dag twee. Het tempo gaat en moet omhoog. ´Wie weet wat er gebeurt en wat hij doet op hoge snelheid, zal des te kalmer zijn onder normale omstandigheden´, is een wijze les die ik vandaag meekrijg. Sporen verdienen in de racerij valt en staat met kalmte, hoe tegenstrijdig dat ook klinkt. Racen is als schuifelen, met minimale bewegingen maximaal genot ervaren, in dit geval dus snelheid. Vloeiend van bocht naar bocht, waarbij de auto zo min mogelijk uit rechte lijn en balans wordt gebracht. Massa op snelheid wil immers van nature rechtdoor. Wordt dat verstoord, dan verlies je grip en resulteert dat in vertraging. En dat wil je niet. Gas geven, remmen, sturen, maar ook de lucht (weerstand) brengen massa allemaal uit balans, maar zijn ook je beste vriend. Je hebt ze even hard nodig als dat ze je tegenwerken. Hoe anders is dat bij een obstakel. Raak je dat, dan is het onmiddelijk over en uit. Het andere uiterste.

Respect voor moeders
Dag drie. Scannen via de spiegels wordt zowaar een leuke bezigheid, evenzo de kunst van het timen bedrijven. Cruciaal ook wil ik mijn stek (zolang mogelijk) vasthouden en de Mazda heelhuids huiswaarts brengen. Intussen weet ik de MX-5 aardig te temmen. Onderstuur, waarbij de auto rechtuit glijdt terwijl de wielen scheef staan, ondervind ik nagenoeg niet. De plankharde sportophanging verstaat zijn taak uitstekend. Maar ook de balans is voortreffelijk. Hoe anders zie ik mijn medecursisten soms worstelen in hun voorwielaangedreven Ibiza’s wanneer ze wederom te hard een bocht zijn ingedoken. Ongewenste massaverplaatsing, gripverlies en een Moeder Natuur die zich niet voor de gek laat houden.



Jij hebt makkelijk praten

Maar zij ondervinden dan weer weinig overstuur. Ondanks de plankgrage Hancooks en het relatief bescheiden vermogen wil de MX-5 best dwars. Daarmee verlies ik kostbare seconden, maar enorm vermakelijk is het wel. Door te spelen met het gaspedaal kun je de MX-5 fabuleus op de rand van het limiet rijden. Iets het gas liften en een beginnende kwispelende kont wordt in de kiem gesmoord. Een andere oplossing is het ontkoppelen van de wielen zodat deze ‘vrij’ zijn om te draaien. Ondertussen wel de gewenste richting op sturen, maar dat is in zo´n situatie makkelijker gezegd dan gedaan.


Het wordt er zoveel leuker op

Nu denk ik hier nog vaak aan terug. Wanneer ik naar de redactie rijd bijvoorbeeld, maar ook als aan de andere kant van het land opnieuw een testauto gehaald of weggebracht moet worden. Iedere dag eigenlijk. Als ik na drie racedagen zo eens rondvraag wat men vooral is bijgebleven antwoordt vrijwel iedereen: “Bewustwording!”. Ook bij mij. Weten, maar nog meer beseffen dat autorijden bepaalde essentiële handelingen en verplichtingen vereist; met veiligheid voorop en ergernisvrij de bestemming bereiken als goede tweede. Het zal autorijden bovendien een stuk leuker maken. Want het gebrek hieraan is ongetwijfeld een van de oorzaken van verkeersongevallen. Dat moet haast wel. Want wat hebben we een lol beleefd. Met nadien als resultaat dat alle cursisten, ook ik, die minstens zo gewenste racelicentie in de achterzak hebben. Niet dat we nu kunnen racen. Verre van. Er moet nog veel geleerd worden. Maar het is een begin.