24 Uren van Le Mans 2011

24 Uren van Le Mans 2011

Beroemd, maar vooral berucht: de 24 Uren van Le Mans. Het is waarschijnlijk – nee, absoluut – de meest prestigieuze circuitrace ter wereld waarin de jongens van de mannen worden gescheiden. Daarbij was editie 2011 wellicht de mooiste, zonder twijfel zeker de spannendste, editie ooit. En wij waren erbij!


De historie van de roemruchte race gaat terug naar 1923 toen deze ‘endurancerace’ voor de eerste maal verreden werd. Het wedstrijdprincipe is sindsdien nooit veranderd en ogenschijnlijk simpel: wie het meeste aantal ronden in 24 uur weet af te leggen wint. De praktijk pakt echter vaak wat ingewikkelder uit. Zo ook tijdens deze 79ste editie.

Rust alom

Vrijdag 10 juni jl. begon de 79ste 24 Uren van Le Mans met geen vuiltje aan de lucht. Letterlijk, maar ook figuurlijk. Bij de titelkandidaten deelnemend in de hoogste klasse (Audi en Peugeot) stonden de racebolides geduldig te wachten op de zware inspanning die ze de volgende dag voor de kiezen zouden krijgen. De laatste wijzigingen en controles werden in alle rust uitgevoerd onder toeziend oog van duizenden fans die op de vrijdag in de pitstraat mochten turen. En terwijl de coureurs de laatste vragen van de pers beantwoorden starten de toeschouwers hun eigen voorbereidingen, het opbouwen van hun tentje. En niet alleen de diehard fans. Nee, langs het gehele 13,65 km lange ´Circuit de la Sarthe´ treffen we kleine tentveldjes tot aan enorme campings met campers en caravans aan. Het is nu al zwart van de mensen die niets van dit historische race-evenement willen missen en de organisatie geeft ze daartoe alle gelegenheid en ruimte. Naast hordes Fransen zijn er veel Engelsen, Denen en Nederlanders langs de baan te vinden. De combinatie van bier, barbecue en autosport spreekt blijkbaar alle talen en dringt door in alle harten.


Zaterdagochtend

Hoewel het hoofdprogramma in Le Mans pas om 15.00 uur van start gaat is er al vroeg bedrijvigheid rondom het circuit. Zo start de dag met de spectaculaire race “Le Mans Legend” waarin tal van historische raceauto’s als de AC Cobra, Aston Martin DB4GT Zagato, Jaguar D-type en de Ferrari 250LM op de limiet over de baan denderen. Direct na de oudgedienden was het de beurt aan de Ferrari Challenge Trofeo Pirelli waarin 51 speciaal geprepareerde 458 Italia’s en F430’s de strijd met elkaar aan gaan. Afsluitend van dit ochtendprogramma mochten zowel de legendarische Mazda 787B, het enige Japanse merk en tevens enige raceauto met wankelmotor die ooit de Le Mans heeft gewonnen, en enkele racebolides van de toekomst - veelal elektrisch - de baan op. Zonder meer een vermakelijk begin van de eerste wedstrijddag.



Diesel of benzine

Voordat de Franse vlag het begin van de race inluidt kijken we nog even naar de reglementen van de wedstrijd. Want hoe is het mogelijk dat twee dieselteams Le Mans zo enorm domineren? De uitleg is simpel en uit te leggen aan de hand van de opgestelde FIA-eisen. De teams in de hoogste klasse LMP1 (Le Mans Prototypes 1) hebben namelijk de keuze uit drie type krachtbronnen: een atmosferische benzinemotor met een inhoud van maximaal 3.4 liter, een geblazen variant met een maximaal slagvolume van 2.0 liter of een turbodieselunit ter grootte van maximaal 3.7 liter. En met de huidige technologie zijn de diesels sterk in het voordeel. Sinds het debuut van de dieseltechnologie in 2006 heeft geen benzinemotor meer gezegevierd in de 24 Uren van Le Mans. En het einde van dit tijdperk lijkt ondanks de scherpere reglementen nog altijd niet in zicht. “Maar waarom gebruiken de andere raceteams dan ook geen dieselmotoren?” horen we je denken. Het zal te maken hebben met het feit dat de ontwikkeling van een gloednieuwe krachtbron op dieselolie te kostbaar is voor een klein team. Alleen Audi en Peugeot kunnen deze enorme investeringen dragen en bovendien teruggrijpen op techniek uit eigen huis. Reguliere teams kunnen niets anders doen dan normale benzinemotoren grondig opvoeren en hopen op een betere balans in de reglementen.


Hoofdtribune

Exact acht minuten voor drie in de middag start het complete veld haar motoren en wordt er begonnen met de opwarmronde. Hoewel het evenement vroeger een stilstaande start kende met de befaamde sprint naar de auto, wordt er tegenwoordig vertrokken via een rijdende start. Dit in verband met de veiligheid en het grote deelnemersveld van 56 auto’s. Wij bekijken de start vanaf de hoofdtribune wat ons een goed zicht geeft op het aanstormde metaal. Met het kenmerkende stille dieselgedreun vliegen de Audi’s en Peugeots meteen weg van de rest. Nu al blijkt dat de R18’s en 908 FAP’s vele malen sneller zijn dan het overige veld. Enkel de benzinegestookte Lola met in de cockpit de Nederlander Jeroen Bleekemolen kan het de TDI’s en HDi’s moeilijk maken door zelfs kortstondig een van de zelfontbranders op achterstand te zetten. De ‘24 Heures’ is van start!

Even veilig als snel
Doodse stilte heerst er in het Audi-center. Het is slechts 51 minuten na de start als Allen McNish met zijn #3 Audi R18 TDI de #58 Ferrari 458 Italia aan de binnenkant wil passeren. Of de Ferrari hierbij de Audi over het hoofd ziet of dat de Audi een inschattingsfout maakt laten we in de midden, maar beide wagens komen in aanraking met een enorme crash tot gevolg. Vooral de Audi krijgt het zwaar te voorduren en spat tegen de vangrail in stukken uiteen. Gelukkig voor - in dit geval McNish - dat de ingenieurs van Audi, naast snelheid, ook veel aandacht hebben besteed aan de veiligheid van de Audi R18. McNish kan op eigen houtje het wrak verlaten. Na een half uur opruimen - waarbij het veld achter de safetycar ‘aansukkelt’ - mag de voet eindelijk weer richting schutbord. Aan de kop zijn de twee overgebleven Audi´s met nummer #1 en #2. De Fransen volgen, maar het verschil tussen de regerende teams blijft opmerkelijk klein.


En aan het eind winnen de Duitsers

Terwijl de schemering valt blijkt nogmaals dat Audi en Peugeot weinig voor elkaar onder doen. Hoewel de R18’s iets sneller zijn, maakt de Franse uitdager dit verschil goed door een ronde langer te rijden op een tank brandstof. Het blijft dan ook continu stuivertje wisselen op de eerste plaats totdat het noodlot toeslaat voor #1 Audi met Mike Rockenfeller achter het stuur. Met 116 rondes achter de kiezen verliest hij de macht over het stuur tijdens een inhaalmanoeuvre van, eveneens, een Ferrari. Een forse crash op een van de rechte stukken kon niet voorkomen worden. Maar ook nu weer kan de Audi-coureur heelhuids uitstappen. Het levert de race wel een bijna anderhalf uur durende safetycar-situatie op die het voordeel van de zuinigere Peugeots tegenwerkt. Tijdens het ontwaken van de ochtend blijkt echter dat de spanning geen haar minder is. De #9 Peugeot blijft de #2 Audi op de hielen zitten en er wordt gedurende de pitstops kort van positie gewisseld. Een tafereel dat zich blijft herhalen tot het cruciale moment - 36 minuten voor het vallen van de finishvlag - waarbij de beide bolides voor het laatst de pitstraat instormen. Tot spijt van ruim honderdduizend Franse fans weten ze het hoofd koel te houden bij Audi, de pitstop zonder fouten af te werken en de bolide weer voor de Peugeot op de baan te brengen. Het hoofd van Peugeot Sport zijn directeur - Olivier Quesnel - schudt licht, de kansen zijn verkeken. En inderdaad, ruim een half uur later dendert de Audi onder het toeziend oog van 249.500 toeschouwers als eerste onder de zwart/wit geblokte vlag door. Een kleine veertien seconden voorsprong na 355 rondes in 24 uur tijd zorgt voor Audi’s tiende winst in de laatste twaalf edities. Een ongekende en waarschijnlijk nooit meer te evenaren prestatie. Volgend jaar mag en gaat Peugeot het vast weer proberen. Wij zeggen: “Le Mans, tot volgend jaar!”

Winnaars: (klasse, coureurs, auto, team)
LMP1        : Lotterer Fässler Treluyer | Audi R18 TDI | Audi Sport Team Joest
LMP2        : Ojjeh - Kimber Smith - Lombard | Zytek Nissan | Greaves Motorsport
GTE-Pro   : Beretta - Milner - Garcia | Corvette C6 ZR1 | Corvette Racing
GTE-Am   : Bornhauser - Canal - Gardel | Corvette C6 ZR1 | Larbre Competitio