ProMemorie

Jaguar E-type (1961)

We gaan terug naar het jaar 1961! Het jaar dat president John F. Kennedy het Appollo-programma aankondigd, gestart wordt met het bouwen van de Berlijnse muur en Anton Geesink in Parijs de eerste niet-Japanse wereldkampioen judo wordt. 1961 is tevens het geboortejaar van de Jaguar E-type.

In ProMemorie staan we stil bij absolute klassiekers, de exemplaren die toch vooral niet vergeten mogen worden. Dit keer vragen we je echter niet alleen om stil te staan, maar om toch vooral een diepe buiging te maken voor de schoonheid en kracht van een iconische automobiel. Een auto die door lezers van één van de grootste kranten ter wereld vier keer zoveel stemmen kreeg als de nummer twee. Maar ook een auto die door Enzo Ferrari als ‘mooiste auto ooit’ werd betiteld. Een auto die enkel de hoogste trede verdient. Wij nemen je mee naar de jaren 60, naar de Jaguar E-type.

Nieuwe weg
Het verhaal begint echter al een jaar of tien eerder. In de periode dat Jaguar zeer dominant is op Le Mans. De C- en D-type weten de legendarische race zowel in 1951, 1953, 1955, 1956 en 1957 te winnen en Jaguar’s sportieve inborst te onderstrepen. Een sportiviteit die bij de straatmodellen steeds meer naar de achtergrond verdween. De nog altijd beroemde XK modellen hadden dan weliswaar een sportieve look, maar leken aan chronische obesitas te lijden die generatie na generatie toenam. Jaguar compenseerde het toegenomen gewicht dan wel met meer vermogen, maar in de jaren 50 waren de XK’s lang niet zo snel meer als de eerste generatie. Jaguar realiseerde zich dat een het gewicht omlaag moest en startte in 1956 met de ontwikkeling van de E-type die grotendeels uit aluminium zou worden gebouwd. Verantwoordelijk voor het project: technisch directeur William Haynes met de toen nog relatief onervaren Malcolm Sayer als ontwerper.

Haastige spoed
De ontwikkeling van de E-type verliep enorm snel. Nog geen jaar na de start van het project reed in 1957 het eerste prototype al zijn testronden. Het koetswerk was grotendeels afkomstig van de D-type maar de E1A (E-type 1 Aluminium) wist journalisten van The Motor Magazine toen al te imponeren tijdens een exclusieve proefrit. Eén ding wat vooral geprezen werd was het onderstel, ontwikkeld door Bob Knight, Jaguars hoofdingenieur. Knight kreeg de opdracht om een compleet nieuwe ophanging te ontwerpen. De tijd daarvoor kreeg hij echter niet. Sir William Lyons, oprichter en toenmalige directeur van Jaguar, gaf Knight slecht een maand de tijd om de nieuwe ophanging te ontwerpen. Aangezien hij er zelf al amper in geloofde dat dit zou lukken sloot hij een weddenschap af met Knight. Het kostte de baas de afgesproken vijf Pond want een ongelofelijke 27 dagen later was het nieuwe ontwerp gereed. Haastige spoed bleek hier wél goed want het ontwerp bleef meer dan dertig jaar in gebruik.

Genève
Na het tweede testmodel – nog altijd met de beroemde verticale D-type-vleugel – deel te laten nemen aan de 24 uur van Le Mans kon Jaguar de afronding van het project in gang zetten. Met als absolute hoogtepunt maart 1961. Tijdens de Autosalon van Genève trok Jaguar het doek van de E-type (XK-E gedoopt in de Verenigde Staten). De verwachtingen waren vooraf getemperd door Sir William Lyons zelf door te zeggen dat hij het ontwerp van de achterzijde niet zo geslaagd vond en twijfels had over de verkoopbaarheid van de auto. Zelden heeft iemand er in de autowereld zo naast gezeten want de aandacht voor de E-type was overweldigend. Het aantal aanvragen voor testritten tijdens de beursdagen was zo groot dat er gebeld werd met de fabriek in Coventry. Testrijder Norman Dennis kreeg de opdracht om direct te vertrekken met de allereerste E-type cabriolet richting Genève. Hij vertrok om 8 uur ’s avonds en stond 11 uur en 1.000 km later voor het beursgebouw in Zwitserland. Deze indrukwekkende rit krijgt extra waarde als je bedenkt dat hij gemiddeld 100 km/h reed in een periode waarin wegen nauwelijks verlicht waren en snelwegen nog een uitzondering.

Zescilinder
Als het op prestaties aankomt was de E-type sowieso een topper. Het Britse Autocar wist tijdens een testrit maar liefst 150,4 mijl per uur (241 km/h) te behalen en bewees daarmee dat de E-type de allersnelste straatauto was. Deze snelheid was te danken aan de 3.8 liter metende zescilinder lijnmotor die werd overgeheveld uit zijn voorganger, de XK150. Het blok bracht volgens Jaguar 268 pk naar de achterwielen, maar bleek in de praktijk toch beduidend lager uit te vallen. In 1964 werd het blok vergroot tot 4.2 liter en terwijl het vermogen niet toenam bleek de trekkracht wel aanzienlijk verbeterd te zijn, mede dankzij de nieuwe, vier versnellingen tellende handbak.

Ster-allures
Het ging bij de E-type echter niet om de snelheid, maar om de schoonheid. Opvallend daarbij is dat ondanks zijn exclusieve uiterlijk de Brit voor slechts £ 2.256,- van eigenaar wisselde. En dat terwijl concurrenten als Ferrari en Maserati het drievoudige vroegen voor hun modellen. Ondanks deze relatief lage prijs (± € 47.000 omgerekend naar 2012) werd de auto een hit onder de jetset en dé auto om in gezien te worden. Terwijl de Hollywood-sterren van nu rondrijden in hun Priussen, durfden onder andere Steve McQueen, Frank Sinatra, George Best en Charlton Heston het wel aan om op de rode loper te verschijnen in een droomauto, de E-type.

Evolutie
De E-type is dertien jaar van de lopende band in Coventry gerold en is duidelijk te onderscheiden in drie verschillende series. Het origineel werd uitgebracht als coupé, cabriolet en vanaf 1966 als verlengde 2+2. In totaal werden 38.419 exemplaren van de Series 1 verkocht. In 1969 kwam de tweede generatie op de markt die gekenmerkt wordt door koplampen zonder glazen kap en een grotere grille. Ondanks zijn korte levensduur van slechts 2 jaar wist Jaguar bijna 19.000 exemplaren te slijten. De E-type die in 1971 op het toneel verscheen mag dan de zwanenzang zijn geweest, deze tot-dan-toe best verkochte Europese sportauto aller tijden vertrok niet geluidloos door een zijdeur. De Series 3 werd namelijk uitgerust met een gloednieuwe 5.3 liter V12. Hoewel deze slechts 318 pk voortbracht betekende het een grote stap voor de E-type als het aankomt op de tussensprint. De comfortabele cruise-snelheid bleek te liggen op 190 km/h, 30 km/h hoger dan de 3.8 liter-variant.

Einde
Hoewel de Series 3 met ruim 15.000 nog aardig wist te verkopen bleek de Jaguar in de loop van de tijd opnieuw enigszins aan obesitas was gaan lijden. Tijdens de levensduur van de E-type was deze namelijk groter geworden, zowel in de breedte als in de lengte. Hierdoor werkte de aerodynamica minder effectief wat als gevolg had dat de topsnelheid van de V12 lager lag dan die van de Series 1. Daarnaast bleek het onderstel niet berekend op het extra gewicht en vermogen van de V12, vooral in snelle bochten. Zijn veranderde looks bleken de laatste nagel aan de doodskist, de verkoopcijfers daalden snel en in 1974 viel het doek.

Icoon
Ondanks het jammerlijke einde gaat de Jaguar E-type de geschiedenisboeken in als één van de allerbelangrijkste auto’s ooit gemaakt. Hij liet de wereld de weg voorwaarts zien én kan nog altijd dienen als voorbeeld van perfect design. Het Jaguar-team leverde een combinatie van looks, techniek en rauwe snelheid. Er is eigenlijk maar één woord dat de Jaguar E-type waardig samenvat, dat recht doet aan dit grote blok Britse trots, geniaal. Dat is wat de E-type is en was, geniaal.

Gerelateerde artikelen

Jaguar I-Pace Concept: elektrische SUV met wow-factor

Autonieuws
Jaguar I-Pace Concept: elektrische SUV met wow-factor
> Artikel lezen

Jaguar F-Pace te zien en rijden bij de dealer

Autonieuws
Jaguar F-Pace te zien en rijden bij de dealer
> Artikel lezen

Dus toch: Jaguar XF Sportbrake krijgt opvolger

Spyshots
> Artikel lezen

Sotheby’s weet hoe het minstens 10 miljoen vangt voor deze Jaguar D-type

Autonieuws
1955 Jaguar D-Type
> Artikel lezen

9 keer 'nieuwe' Jaguar XKSS. Oplage weer compleet

Autonieuws
> Artikel lezen

Originele Shelby Cobra en Jaguar D-Type zijn duurste ooit

Autonieuws
> Artikel lezen

Meer Autowereld.com

Merk / model dossiers

Sluiten
Wij maken gebruik van cookies: lees hier hoe en wat.