Autotests

Seat Exeo

Iedereen kan zich vast nog wel ‘De Grote Donorshow’ herinneren. De aankondiging van het televisieprogramma drong wereldwijd op naargeestige wijze door tot de media, politici en vooral de medemens. De afloop van de show had echter een geniale keerzijde dat uiteindelijk resulteerde in een zeer gerespecteerde televisieprijs. Het doel was inmiddels allang bereikt. Ondanks de onaangename gebruikte middelen werd attentie en response uiterst succesvol omgezet naar actiematig gedrag. Op soortgelijke wijze presenteert Seat de nieuwe Exeo.

Het doel? Een stabiele plaats verwerven in het fel bevochten D-segment, daar waar zakelijk georiënteerde modellen de slag om de (lease)rijder uitvechten. Daar waar de huidige Toledo maar geen potten kan breken, hoewel Seat luidkeels laat weten dat de Toledo niet in deze klasse opereert en de Exeo ook geen opvolger van dit model is. De Exeo wordt naar eigen zeggen gepositioneerd in een klasse waarin Seat nog nooit deelnam. Door bewezen kwaliteit tegen een scherpe prijs aan te bieden wil Seat haar doelen bereiken en dat kan volgens hen alleen door terug te grijpen naar een succesvol concept uit het verleden. Een ander mikpunt van Seat is om de verkopen binnen tien jaar te verdubbelen; van een kleine 450.000 stuks in 2007 naar zo’n 800.000 auto’s over tien jaar. De Exeo is de eerste stap in die richting en laat dit aan de hand van zijn definitie al weten. ‘Exeo’ is namelijk afgeleid van het Latijnse woord ‘Exire’, dat “een stap verder” betekent. En daarmee breekt Seat met de traditie haar modellen naar Spaanse steden te vernoemen.

Audi-DNA
De basis van dit alles werd gelegd nadat een bezoek aan het museum van de VAG Group werd gebracht. Het ontwerp en de techniek komt uit huize Audi. Duidelijk zijn de genen van de vorige generatie A4 in de Exeo te zien. Alleen op deze manier kon Seat naar eigen zeggen op korte termijn - de Exeo is in slechts 21 maanden gerealiseerd - een nieuw model tegen zo laag mogelijke kosten in de markt zetten. Seat draait hier ook niet omheen en vertelt zelfs met enige trots dat bijna de gehele productieassemblage van de A4 is verscheept naar Martorell, daar waar de Exeo wordt gebouwd. Van de zijkant gezien is de verwantschap met de Duitser dan ook goed op te merken en dat maakt het moeilijk om de Audi te vergeten. Dat sommige Spanjaarden dit met ons eens waren bleek wel uit het feit dat ze meerdere keren vol twijfeling omkeken toen we passeerden. We hoorden ze bijna hardop denken: “Er prijkt een ‘S’ in de grille, maar ik zou toch menen dat ik een Audi zag”. Om de Exeo toch eigen te maken hebben de Seat-ontwerpers duidelijk gekeken naar de neus van de Ibiza. Ook de achterkant is meer herkenbaar als Seat. Alleen moet je daarbij niet letten op de golflijn in de achterlichten. Het doet ons meteen weer denken aan de LED-strook in de koplampunits van jawel...een Audi. Hetzij Seat vergeven. Desalniettemin oogt de Exeo fris, ondanks dat het ontwerp inmiddels negen jaar oud is. Of dit halverwege de productiecyclus - over zegge en schrijve zo’n vier jaar - nog zo is betwijfelen we. De tijd zal het uitwijzen. De concurrentie heeft echter op dit onderdeel nu al een streepje voor.

Duitse kwaliteit
Voordeel van deze ‘beter goed gejat, dan slecht bedacht’ gedachte is dat de Exeo profiteert van de Duitse bouwkwaliteit. Dat merk je niet alleen aan de buitenkant, maar ook binnenin. Het interieur is, op de montage van de Seat-logo’s na, bijna één op één overgenomen van de huidige A4 Cabriolet. Zelfs het van Audi zo kenmerkende klikgeluid van de bedieningsknoppen is mee verhuist. Hierin zijn de Spanjaarden iets te ver gegaan, vinden wij. Het betekent echter niet dat dit afbreuk doet aan de Seat. De solide uitstraling en bovengemiddelde afwerking geeft de inzittenden simpelweg een prettig gevoel en dat is wat de koper graag wenst. Ook de ergonomie is dik in orde. Achterin treffen we een minpunt. De ruimte is er beperkt, iets waar de vorige generatie A4 ook bekend dan wel berucht om was. De kofferruimte is met 460 liter ruim voldoende om de nodige bagage mee te nemen.

Dieselfun
Het motorengamma van de Exeo bestaat uit drie benzinevarianten en drie commonrail diesels. De laatste zijn een primeur voor Seat en leveren voor zover wij konden beoordelen een duidelijke meerwaarde. Ondanks dat Seat enkele aanpassingen deed aan het onderstel en de ophanging rijdt de Exeo nagenoeg hetzelfde rijdt al de vorige A4. En daar is niets mis mee. De Exeo is gericht op comfort, maar wie de oorspronkelijke merkwaarden van Seat wil proeven moet voor het optionele sportonderstel gaan. De vering hiervan is stugger en de besturing een tikkeltje preciezer. De 143 pk sterke 2.0 liter TDI waarmee wij reden in de contreien van Marbella (Spanje) ontpopt zich tot een fijne machine. In alle rust doet deze zijn werk en als er beroep gedaan wordt op zijn mogelijkheden aarzelt de oliestoker niet om hieraan gehoor te geven. Versnellen kost de Exeo weinig moeite met 320 Nm aan koppel. Zelfs wanneer het zesde verzet is ingeschakeld en de naald van de toerenteller zich onder de 1.600 tpm bevindt begint de diesel niet te ‘bokken’ bij het accelereren. De motor pakt soepel op. Schakelen en koppellen gaat op een soortgelijke manier. Trefzeker weet de handgeschakelde zesbak de versnellingen te vinden. Precies zoals je mag verwachten in deze klasse.

1.8 meest geliefd
Ook kregen wij de kans om enkele tientallen kilometers te maken met de twee krachtigste benzinevarianten. Allereerst de 1.8 liter Turbo. De krachtbron is een oude bekende en heeft door de jaren heen in diverse VAG-modellen dienst gedaan. Het concern kan er maar geen afscheid van nemen. Gelukkig maar, want het is één van de beste motoren die ze ooit gebouwd hebben. In de Exeo levert ‘ie 150 pk en een koppel van 220 Nm. Sprinten naar 100 km/h duurt 9,3 seconden en de topsnelheid bedraagt 217 km/h. Onderweg valt meteen de serene sfeer in het interieur op. Dit is deels te danken aan de stille krachtbron, maar ook aan de prima isolatie. Net zoals de eerderbesproken diesel worden oneffenheden keurig weggestreken en is de auto het meest in z´n element op de snelweg. Van de 2.0 liter TFSI hadden we een gretiger karakter verwacht. De tweeliter turbomotor levert totaal 200 pk en 60 Nm meer dan de 1.8 liter. Het extra vermogen is natuurlijk merkbaar, maar het is de ‘oude’ turbo die het meest overtuigd. De sterkste benzine voelt minder verfijnd aan en heeft enigszins moeite om kwiek te zijn.

´Koopje´
Een bestaand ontwerp nogmaals in de markt zetten levert voor een fabrikant een aanzienlijke kostenbesparing op. En dat ziet de koper uiteindelijk terug in de prijslijsten. Nemen we de naar verwachting meest te verkopen variant als uitgangspunt, de Exeo 2.0 liter TDI met 143 pk, dan bedraagt het verschil in basisprijs ten opzichte van z’n rivalen al snel een bedrag van vijf à zes mille. Zoveel? Ja, wij schrokken er ook van. De betreffende diesel-Exeo in Reference-uitvoering staat genoteerd voor 29.695 euro. Een Ford Mondeo, Opel Insignia of Volkswagen Passat met vergelijkbare motor kost respectievelijk 34.275 euro, 33.995 euro en 34.350 euro. Tel daar nog eens de rijke standaarduitrusting van de verschillende Exeo-varianten bij op en je portemonnee begint spontaan te glimlachen. Op dit onderdeel steekt Seat met kop en schouders boven de rest uit en dat is in het zakelijke segment (letterlijk) veel waard.

Conclusie
Dubbelzinnig gezien slaat de vergelijking tussen de Seat Exeo en de ‘De Grote Donorshow’ de spijker op z´n kop. De insteek van beide ontvingen we met gemengde gevoelens. Dat men (lees: Seat) als eigenzinnige zich hieraan wil wagen. Dat vraagt om negatieve reacties. Nog steeds moeten we wennen aan de enorme knipoog naar de Audi A4. Vergeten we echter deze duplicaatactie en beoordelen we de Exeo inhoudelijk dan kunnen we niet anders concluderen dat de auto veel waar voor z’n geld biedt. Met zeer aantrekkelijke vanafprijzen, een zeer rijke standaarduitrusting, de aanlokkelijke actiepakketten, een bewezen Duitse bouwkwaliteit en de overtuigende motorenlijn zou de misschien wat negatieve start van de Exeo wel eens een heel andere wending kunnen krijgen. Ook voor het merk Seat. De Exeo is binnen het huidige modellengamma kwalitatief een flinke stap omhoog. Hierdoor zijn de Spanjaarden voortaan min of meer genoodzaakt haar toekomstige modellen op een soortgelijk niveau neer te zetten. Anders wordt de kloof tussen bijvoorbeeld de Leon en Altea en de Exeo wel erg groot. Hopelijk kan Seat in de toekomst deze kwaliteit handhaven. Dat zou pas echt een doorbraak voor het Spaanse merk kunnen betekenen. De Exeo is in ieder geval een goede stap in dit richting. Nu alleen nog een ontwerp uit eigen inspiratie.

© Autowereld.com | Gerben Witten

Gerelateerde artikelen

Interessante modeljaarwijzigingen voor Seat Exeo

Autonieuws
Interessante modeljaarwijzigingen voor Seat Exeo
> Artikel lezen

Seat Exeo opgewaardeerd voor modeljaar 2012

Autonieuws
Seat Exeo opgewaardeerd voor modeljaar 2012
> Artikel lezen

Meer Autowereld.com

Merk / model dossiers

Sluiten
Wij maken gebruik van cookies: lees hier hoe en wat.