Autotests

KTM X-Bow: Ready to race?

Kronreif Trunkenpolz Mattighofen (KTM) is van oorsprong een fabrikant van motorfietsen. Commercieel bekend en groot geworden in de racerij en het bouwen van (voornamelijk) ‘adventure’ modellen, richt de Oostenrijkse onderneming zich de laatste jaren ook steeds meer op motoren voor normaal straatgebruik. De productdifferentiatie heeft sinds kort een verlengde gekregen met de KTM X-Bow. Een extravagante vierwieler met het principe van een motorfiets: een gering gewicht met een relatief laag vermogen. Toegegeven, het gevoel van motorrijden wordt met de X-Bow weliswaar niet gehaald maar het komt wel gevaarlijk dicht in de buurt. Letterlijk welteverstaan.

KTM heeft haar oorsprong willen vertalen naar de wereld van vierwielers. De X-Bow is hiervan het resultaat en combineert de vormgeving van een (moderne) motorfiets naar een auto. De X-Bow is een excentrieke, aparte, eigenzinnige en buitengewone auto tegelijk. Hij ontleent nog steeds veel trekjes van een motorfiets. Net als bij veel (race)motoren is de techniek grotendeels ‘bloot’ gelegd en moet de coureur het doen met priemende spiegeltjes waarbij het zicht naar achteren minimaal is. Kijkend over de wielophanging, de witte veerpoten en ‘opengespleten’ voorspoiler worden de mechanica en elektronica hooguit beschermd door enkele kappen. Bij de X-Bow zijn deze gemaakt van het lichte, zeer sterke en tevens kostbare koolstofvezel.

100 exemplaren
De koolstofvezel monocoque van de X-Bow met een aluminium subframe voor de motor en het chassis is afkomstig van het Italiaanse Dallara. Wij reden de gelimiteerde KTM X-Bow ‘Dallara Edition’ die slechts in een oplage van 100 stuks wordt gebouwd en tevens volledig is uitverkocht. Ten opzichte van de ´normale´ X-Bow zijn bij deze ´luxueuzere´ uitvoering bepaalde delen van de carrosserie, zoals de spatschermen en spoilers uitgevoerd in carbon (in plaats van plastic). Centrale wielmoeren maken het snel verwisselen van wielen mogelijk en een verwijderbaar stuurwiel vergemakkelijkt de instap. Tevens beschikt het over verstelbare veren die de wagenhoogte met 15 mm kan veranderen en een gelimiteerd slipdifferentieel voor een betere krachtoverbrenging van de aandrijving. Bovendien is er ook nog een X-Bow GT4. Deze is zonder kenteken verkrijgbaar en bedoeld voor deelname aan de Dutch Supercar Challenge en/of de GT4-kampioenschappen.

Letterlijk in de buitenlucht
Het kleine en matig afleesbare display - dat afgeleid is van een KTM motorfiets - is nagenoeg het enige dat de bestuurder informatie over de auto doorspeelt. En wat te denken van het ontbreken van een voorruit. Nou ja, die is er wel - voor zover het een ruit genoemd mag worden - maar de functie ervan is te verwaarlozen. De inzittenden zitten letterlijk met hun gelaat in de buitenlucht, omgeven door natuurlijke geuren. En als je geen helm draagt (niet verplicht, wel geadviseerd) mag je er op z’n tijd ook van proeven. Bij een regenbui beschermt alleen de (motor)kleding je tegen de weersomstandigheden en van een onoplettende insect die genadeloos tegen het helmvizier uiteenspat moet je niet schrikken. Bovendien moet je je tegen een koudefront kunnen verweren wanneer je - net als ons - met een tempratuur van 4 graden Celsius met de X-Bow op stap gaat. Alle onderkoelingsverschijnselen moeten voor lief worden genomen. Erop kleden kan natuurlijk ook altijd, mits er een voorbereidingstijd voor handen is. Wij hadden dit echter niet. Des te spannender, nietwaar?!

Alleen het noodzakelijke
De X-Bow is wars van elektronische veiligheidshulpmiddelen als ABS, traction control en ESP. Zaken als stuur- of rembekrachtiging, airconditioning, een audioinstallatie en comfortabele stoelen zijn de X-Bow eveneens geheel vreemd. De hulp van het gerenommeerde Recaro werd ingeroepen voor het verstrekken van de zittingen. Van een ontwikkelingproces kan geen sprake zijn geweest, want de bilspieren, nieren, ruggenwervels en schouderbladen rusten enkel op slechts centimeters kunststof. Om de ideale zitpositie te vinden zijn de voetpedalen en het stuurwiel meer dan voldoende verstelbaar. Iemand van twee meter kan hierdoor z’n benen goed kwijt, dit in tegenstelling tot de krampachtige houding die men moet aannemen op veel sportmotorfietsen. De noodzakelijke functies om je door het straatverkeer te loodsen bevinden zich op het stuurwiel. De clignoteurs, claxon, de ‘grootlicht’ functie en het wisselen van de weergave van het display wordt bediend middels een druk op één van de tien knoppen. Ook hier is de gelijkenis met een motorfiets groot.

Voorpret 
Instappen in de X-Bow vergt zowel enige minuten als lenigheid. Net zoals in de Formule 1 is het stuurwiel te verwijderen om de instap te vergemakkelijken. Eenmaal zittend probeer je met een beperkte bewegingsvrijheid de vierpuntsgordels te bemachtigen. Ingeklemd kan je haast nergens meer bij, dus voorbereidend werk alvorens het instappen is vereist. De plaats van de helm en de handschoenen moet dus zorgvuldig worden gekozen. Alvast de omgeving verkennen is tevens verstandig, want achteruitrijden is een obstakel op zich. De X-Bow ervaring begint letterlijk bij de intentie om ermee te gaan rijden. Nog voordat een meter is gereden is het plezier al diep tot de botten doorgedrongen. Hoeveel genoegen wil je aan autorijden beleven?

Sensationeel
‘Rustend’ op Recaro’s en flink ingepakt trap ik het koppelings- en het rempedaal in. Een druk op de start/stop-knop en de 2.0 liter turbomotor van Audi komt tot leven. Redelijk beschaafd hijgt de machine achterin je nek. Wetende dat de opgepepte VAG-motor 240 pk produceert en de X-Bow slechts 790 kilogram weegt geef ik voorzichtig gas. De tempratuur en het natte wegdek lenen zich er namelijk niet voor om de sprintsnelheid van 3,9 seconden naar de 100 km/h meteen uit te proberen. Bovendien licht in het display het waarschuwende signaal ‘low temprature’ op. Subtiel, en als hint bedoeld, vertelt directeur Erik Helfferich van Autobedrijf Helfferich - de enige KTM X-Bow dealer in Nederland - ons vooraf dat het piekvermogen rond de 4.000 tpm beschikbaar is. Bij deze weersomstandigheden een toerental om gedoseerd met het gaspedaal om te springen. Op de snelweg probeer ik voor het eerst een sprint te trekken. Terugschakelend naar de 3de versnelling en niet lettend op het toerental gaat de X-Bow er als een bezetene vandoor. De digitale snelheidsmeter kan de snelheid waarin de X-Bow voorwaarts beweegt nauwelijks bijhouden. Het doet me denken aan een ingeschakelde boostfunctie van de auto ‘KITT’ in de Amerikaanse tv-serie ‘Knight Rider’. Tevens is de Cw-waarde van een motorhelm niet bijster laag, zo ervaren we. Klapperend tegen de monocoque houd ik mijn zintuigen bij de les. Het gesis van de turbo laat een seconde voor het oplichten van het rode lampje weten dat ik moet opschakelen. Wederom blaast de turbo zijn stoom af. Het tempo is nog steeds niet uit de X-Bow en met enorme stappen verdwijnen de auto’s achter mij uit het zicht. Voor zover ik dit kan zien in de spiegels tenminste. Er zijn slechts honderden asfaltmeters nodig om de topsnelheid van 220 km/h te bereiken. Geen omstander die het in de gaten heeft, maar de glimlach die op mijn gezicht ontstaat zou mijn oorlellen aan weerszijden aantippen als het kon. Sensationeel! Ik heb allang niet koud meer.

Rij-ijzer in optima forma
Opvallend is de mate van comfort. Ok, ik heb wel eens beter gezeten maar in vergelijking tot de omstandigheden is het redelijk goed vertoeven in de X-Bow. Het motorgeluid is beperkt en ook bij snelwegsnelheden probeert de wind niet met man en macht de helm van mijn hoofd te rukken. Uit ervaring weet ik dat dit op een motorfiets wel eens anders kan zijn. Praten met elkaar is echter onmogelijk, maar dat is helemaal niet erg. Er valt genoeg te genieten onderweg. Van verbaasde gezichten van medeweggebruikers en flitsende fotocamera’s tot acute remacties wanneer men de X-Bow pas laat opgemerkt. Dat laatste komt vooral omdat de X-Bow erg dicht tegen het asfalt staat. Het gevoel in een kart te zitten bekruipt dan ook meteen wanneer ermee wordt gereden. Ook de directheid waarmee de auto van richting verandert is kart-achtig. De topsnelheid van de X-Bow mag dan weliswaar niet toereikend aan veel andere sportwagens zijn, daar is het ook niet voor gebouwd. De auto vreet bochten alsof ze recht zijn. Op hoge snelheden is de X-Bow niet uit balans te brengen, ook niet tijdens deze koudere toestanden. Niet slecht voor zo’n lichte auto. Bij het naderen van een bocht zet ik de X-Bow aan. Terugschakelen in de versnellingen gaat bijzonder soepel. Met een correcte vaart nader ik de betreffende bocht. De Michelin banden hebben beduidend moeite zich tijdens het aanremmen vast te grijpen in het koude en natte asfalt. Hierdoor ontstaat enigszins een ‘zoekende’ koets. Het maakt de X-Bow uitermate listig bij deze omstandigheden. Een minimale stuuruitslag en de helft van de bocht is al bereikt. Het gas gaat erop en met een wulpse beweging begint de kont uit te breken. Een fractie tegenstuur is voldoende om de X-Bow weer in rechte lijn te zetten om vervolgens aan de horizon te verdwijnen. Op naar de volgende doordraaier. Ik geniet. Wat een rij-ijzer!

Zuiver
De KTM X-Bow is puur, puur zoals ook het rijden op een motorfiets kan zijn. Het komt ten allen tijde op de vaardigheden van de bestuurder aan. Toch kan de beleving van de X-Bow niet helemaal tippen aan het rijden op een (snelle) motorfiets. Althans, het gevoel is anders. Het verschil zit het hem in de manier waarop de bestuurder met zijn machine om moet gaan om het maximale uit het te halen. Motorrijden is (nog) meer een lichamelijke aangelegenheid. De samenwerking tussen de elementen houding, timing, hand- en voethandelingen (koppelen, schakelen, remmen, gasbediening) zijn intensiever. Toch heeft KTM een bolide weten neer te zetten die gevaarlijk het motorrijden op vier wielen nadert. De ‘open’ zit, de motorkleding, de snelheid waarmee het voorwaarts gaat, z’n speelsheid, z’n listigheid, het beklemmende gevoel dat je bekruipt als de machine iets doet waarvoor geen opdracht werd gegeven, noem maar op. De KTM X-Bow is fun, zuiver stuurwerk van de bovenste plank. Er zijn maar weinig auto´s die een dergelijke sensatie weten te realiseren.

Dé leermeester
Helaas was onze testperiode te kort om de maximale grenzen van de X-Bow beter te leren kennen. We kunnen echter bevestigen dat een X-Bow bedwingen hard werken betekent, zeker tijdens herfstachtige omstandigheden. De balans tussen voor en achter is subliem, terwijl het grootste gewicht (motor van 175 kg) achterin ligt. De controle van de bolide ligt dan ook volledig in handen van de berijder. De X-Bow is af en toe verrassend, maar maakt het nooit te gort. De oorzaak ligt grotendeels bij de stand van het gaspedaal en de mate van de stuuruitslag. Simpelweg een te hoge (bocht)snelheid kan resulteren in gevaarlijke omstandigheden. Het doet me denken aan… jazeker, een sportmotorfiets. Bedwing je echter deze elementen dan is de X-Bow tot gigantische dingen in staat. Helemaal bij droge en zonnige tempraturen liggen de grenzen waarschijnlijk ongekend ver. Verder dan mijn kunnen. Echter geeft dat helemaal niet. Ik omarm de veelvuldig gehoorde uitspraak “Men wordt zelf beter, door van een betere te leren”. De X-Bow was in die koude regenachtige dagen mijn meerdere. Ik respecteer dat. Reikhalzend kijk ik uit naar de komende zomer. Wellicht dient zich dan nogmaals de kans aan om met de X-Bow te sparren. Voorlopig ben ik (opnieuw) verliefd.

© Autowereld.com | Gerben Witten

Gerelateerde artikelen

Audi’s 5-cilinderturbo voor KTM X-Bow

Autonieuws
Audi’s 5-cilinderturbo voor KTM X-Bow
> Artikel lezen

KTM X-Bow GT is onweerstaanbaar op deze foto's

Fotogalleries
KTM X-Bow GT
> Artikel lezen

KTM X-Bow GT door Wimmer is buitensporig

Tuning & styling
KTM X-Bow GT door Wimmer is buitensporig
> Artikel lezen

Meer Autowereld.com

Merk / model dossiers

Sluiten
Wij maken gebruik van cookies: lees hier hoe en wat.