Autotests

Autotest | Audi TT Coupé

De Audi TT is terug! Want zeg nu zelf: de TT is visueel vertoon, zoals een bodybuilder pas perfect afgetraind is als z'n opgezette aderen stuk voor stuk te tellen zijn. Tsja, in dat geval was de tweede generatie een slap aftreksel van de eerste, inmiddels iconische generatie. Met de nieuwe gaat Audi terug naar het origineel. Inclusief diens interieur. Wauw! En hij rijdt nog enerverend ook.

Hebben we nu alles al verklapt? Misschien. Maar wat geeft het. Het afgelopen decennia viel er genoeg te mopperen op Audi. Te beginnen met de redelijke waarheid dat elk model als twee druppels water leek op het andere. Ongeacht de nieuwprijs. Dat moet je rijdend in je dik honderd duizend euro kostende A8 toch emotionele autopijn hebben gedaan? Ook op het rijkarakter van moderne Audi's was het nodige aan te merken. Dat was er simpelweg niet. Net als het design stuurde elke Audi vrijwel hetzelfde. Een eigen signatuur (per model) ontbrak. Dat zo'n tactiek evenwel uitstekend verkoopt, is inmiddels wijd en zijd bekend. Maar nu er een stevig fundament is gelegd, is het moment aangebroken voor een iets andere koers. Eentje die de bestaande merkidentiteit trouw blijft, nog verder polijst, maar zich tegelijk hard maakt om de criticasters jegens Audi, hetzij geleidelijk, op andere gedachten moet brengen. En die beoogde koers start voor de verandering eens niet bij het vlaggenschip, maar, net als in 1998, met de TT. Ditmaal de derde generatie.

“Je moet er toch niet aan denken dat Audi het design van de TT over een heel andere boeg gooit.”

Wat is dan zo bijzonder aan de nieuwe TT?
Nou, niet zozeer het design. Want dat is immers onmiskenbaar in de geest van de eerste generatie. Beschouw dit niettemin vooral als iets goeds. Want je moet er toch niet aan denken dat Audi het design van de TT over een heel andere boeg gooit. Jegens een designstatement, want dat was de oer-TT, zou dat immers heiligschennis zijn. En toch bevat de derde generatie genoeg nieuwe en eigen stijlkenmerken om in de verzadigde 21ste eeuw op eigen benen te kunnen staan. De weer wat verder geretoucheerde single-frame grille, die scherper hoekt dan ooit, en de uitgekiende vouwlijnen doen hierin de beste zaken. Ook al zijn het er behoorlijk veel en lopen ze kriskras door elkaar heen, het is er geen één te weinig en te veel.
Althans, wijzelf vinden de nieuwe TT een prachtige verschijning en tevens modern eerbetoon aan het origineel. En bovendien hét vertrekpunt van waaruit Audi haar beloofde designkoers zou moeten voorzetten. Oké, het derde remlicht dat over de volle breedte van de koets zelfs de derde achterligger op een lichtshow à la van lichte zeden trakteert is een beetje overkill. Maar ach, misschien is het typisch zo'n TT-anachronisme dat gewenning vereist.

Het interieur schijnt ook mooi te zijn?
En of! Om maar niet te spreken van beeldschoon. Het staat ons bij dat de cockpit van de eerste TT gedurende zijn carrière meermaals verkozen is tot de mooiste van de 20ste eeuw en als wij heden in de jury van die niet nader te benoemen verkiezingen zouden zitten, gingen we acuut op herhaling.
Veel mooier worden auto-interieurs voorlopig niet. Tenzij alle financiële grenzen worden opengesteld. Toch, en zelfs dan, is het binnenste van de TT er eentje uit duizenden. Het gevoel bekruipt je in een Porsche te zitten, en dat wil absoluut wat zeggen. En dan niet in een 911 Carrera, maar in een Turbo. De TT heeft namelijk een paar hoogstaande designtrucjes in z'n mars die je zelfs in de hogere kringen van de autobranche niet tegenkomt. Tegelijkertijd ligt de lat qua bouwkwaliteit en afwerking zeer hoog. Toegegeven, 70 mille voor een kant-en-klaar exemplaar is ontzettend veel geld, maar de nieuwe TT laat je allesbehalve bekocht voelen. Alle gebruikte materialen zijn authentiek en van topniveau.

Nu niet overdrijven hè…!
Dat kun je misschien denken, maar de waarheid neigt wel degelijk naar een duidelijke 'Voorsprong door techniek'. Troef is zoal Audi's Virtual Cockpit, een volledig digitaal instrumentarium waarmee zo'n beetje alle functies van de TT zijn te raadplegen. De bediening is kinderlijk eenvoudig als je een beetje handig bent met computers of smartphones. Het deels naar eigen wens indelen van het haarscherpe display (zoals bijvoorbeeld dat van Volvo) is helaas onmogelijk waardoor je een tweede scherm op sommige momenten mist. Toch hoeft niets je te ontgaan, want de doordachte Virtual Cockpit geeft alles wat je wilt weten continu weer; van brandstofverbruik tot navigatie en desgewenst subtiel of op de voorgrond. Die keuze is er wel.
Een andere high light – om het aantal fysieke knoppen te beperken en de focus van de bestuur op de weg te houden – is de integratie van de klimaatregeling in de ventilatieroosters. Je moet er maar op komen en we nemen er onze pet voor af dat de knappe knoppen bij Audi dat deden. Niet alleen werkt het voortreffelijk, het laat je nog specialer voelen binnenin de TT.

“Het gevoel dat de TT zich nog lekkerder laat rijden met een handbak is aan de orde van de dag en dat zegt iets over diens puike rij-eigenschappen.”

Hebben ze bij Audi ook zo zitten broeden op het rijgedrag?
Werkelijk aan alles lijkt gedacht. Om nog een voorbeeld te noemen. Het muziekvolume wordt gedempt zolang de S tronic-automaat in R staat. Zo ontgaan de piepjes van de parkeersensoren je niet en dat is handig, want de TT kan best onhandig tijdens het manoeuvreren zijn. Het is de prijs die je betaalt voor een gelikt design.
Rijden deden we met de 2.0 liter TFSI in het vooronder, de instapper onder de benzines met 230 pk. Om vervolgens kort te gaan: meer heb je in principe niet nodig. De motor is zeer goed bij de les, voelt bovengemiddeld snel aan en de soundtrack – gesteund door enkele kunstmatige decibellen – stemt tevreden voor een viercilinderturbo. Zo opzwepend als in de S3 is 'ie niet, maar mogelijk heeft dat te maken met de iets andere samenstelling van diens tweeliter.
Minder te spreken zijn we over de besturing. Nooit eerder hebben we zo sterk het gevoel gehad dat het om een elektrische stuurinrichting gaat. Zo 'rubberig' kan de communicatie bij tijd en wijlen aanvoelen. Op 'dode' momenten waarbij je weinig anders hebt te doen dan vooruit staren en met Auto Mode ingeschakeld openbaart dit fenomeen zich het sterkt. Gelukkig gaat het snel over als er actiever gestuurd moet worden en de nieuwe TT ontpopt zich dan als een gewillige sportcoupé. Naar gelang er verder ingestuurd wordt zorgt de felle progressieve besturing dat de neus van de TT alsmaar preciezer te plaatsen valt. Dankzij het gepolijste quattro-systeem volgt de achterzijde subiet de ingezette koers, en hoewel dit bij de eerdere generaties al snel uitmondde in een nogal zouteloos rijgedrag, hebben we dat bij de TT een stuk minder. Uitgesproken speels en bij vlagen venijnig is de TT nog altijd niet, maar enthousiasmeren doet 'ie zeker door z'n watervlugge inborst.
De S tronic-automaat is bovendien ijzingwekkend efficiënt. Echter alle je zintuigen schreeuwen om een handbak. Het gevoel dat de TT zich daarmee nog lekkerder laat rijden dringt zich met de kilometer meer op en dat zegt iets over de puike rij-eigenschappen. En juist die sprong voorwaarts is – in relatie tot z'n visuele impact – een teken dat Audi op de juiste weg zit (voor iedereen die van autorijden houdt).

Gerelateerde artikelen

Visueel verlekkeren: Audi TT clubsport turbo concept

Fotogalleries
Audi TT clubsport turbo concept
> Artikel lezen

Sportief figuurtje: Audi TT S line competition

Autonieuws
Sportief figuurtje: Audi TT S line competition
> Artikel lezen

Turbo-elektrificatie: Audi TT Clubsport Turbo Concept

Autonieuws
Audi TT clubsport turbo concept
> Artikel lezen

Abt pompt Audi TTS op tot 370 pk

Tuning & styling
Abt TTS
> Artikel lezen

Nieuwe instapmotor voor Audi TT Coupé

Autonieuws
Nieuwe instapmotor voor Audi TT Coupé
> Artikel lezen

De subtiliteit voorbij: Abt Audi TT

Tuning & styling
De subtiliteit voorbij: Abt Audi TT
> Artikel lezen

Meer Autowereld.com

Merk / model dossiers

Sluiten
Wij maken gebruik van cookies: lees hier hoe en wat.