Autotests

Infiniti Q50d

Europa is al jarenlang het primaire strijdtoneel voor autofabrikanten. Wie hier slaagt, slaagt vrijwel zeker ook in andere markten. Vanuit alle windstreken ter wereld kijkt men op naar de Europese automarkt en als een auto hier positief ontvangen wordt, ontleent men in andere markten daar status aan. ‘Allochtone’ fabrikanten willen zich aan de Europese producenten meten. Het Japanse Infiniti, dat toch al eventjes aanwezig is op de Europese markt, misschien nog wel het meest. Echt een impact hebben ze echter nog niet kunnen maken, maar ze zijn ervan overtuigd dat dat met de Q50 wel gaat lukken. Nu wij nog.

Vanwaar Infiniti’s vertrouwen dat het nu wel voet aan Europese grond denkt te krijgen? Nou, anders dan de voorgaande Infiniti’s is de Q50 ‘slechts’ 4,78 meter lang, 1,82 meter breed en 1,44 meter hoog en heeft ‘ie toch een wielbasis van 2,85 meter. Buitenmaten die worden ingedeeld in het D-segment. Weliswaar het segment waar de hardste klappen worden uitgedeeld, maar ook, als het product voldoende weet te overtuigen, er het meest valt te winnen. Daarnaast heeft Infiniti eindelijk haar trots opzij gezet en een voor de Europese koper interessante motor in de Q50 gelepeld. Om dit heugelijke feit meteen maar een stuk dichterbij huis te brengen, heeft Infiniti daarvoor zelfs een voor ons vertrouwde autofabrikant in de arm genomen. In de neus van de nieuwe Q50 ligt namelijk de 2.1 liter viercilinder-diesel die Mercedes-Benz toepast in hun 220 CDI-modellen. Een motor die stilletjes eigenlijk ook voor de helft Japans is, want het is een product van de samenwerking tussen Renault-Nissan en Daimler, de moedermaatschappij van Mercedes. Maar dat zal je Infiniti minder vaak hardop horen roepen. Met het verkondigen van het Duitse DNA van de Q50’s aandrijflijn scoor je bij de Europese autokoper nu eenmaal beter. Afijn, het stevige fundament lijkt er te zijn, desalniettemin gaat het in dit zwaar bevochten luxe-segment om het totaalplaatje.

Finesse

De viercilinder-diesel is ook meteen de enige beschikbare krachtbron in de Infiniti Q50, verkrijgbaar in combinatie met een manuele 6-versnellingsbak of een 7-traps automaat. De vermogensafgifte is identiek aan dat van de Mercedes C 220 CDI en aan de maximale 170 pk en 400 Nm zal de doorsnee Nederlandse weggebruiker ruimschoots genoeg hebben. Zowel de motor als de transmissie pakken vlot en soepel op en aan trekkracht is nimmer gebrek. Om de prestaties echter ten volle te benutten moet het blok wel enigszins aangespoord worden. Voor de sportieve rijder betekent dat bovengemiddeld veel schakelen. Onderin mist de 50d dus wat kracht, maar eenmaal op toeren weet hij probleemloos en ontspannen met de linkerbaan mee te komen. Tussensprints en inhaalmanoeuvres verlopen zonder aarzeling met gezond enthousiasme. Deze 2.1 liter is echt zo’n motor die bewijst dat dieselen met een viercilinder niet saai hoeft te zijn. Waar het echter aan ontbeert is een stukje finesse. Stationair klinkt de diesel nogal rauw en luid, van buiten gelukkig meer dan van binnen. En wanneer je eenmaal weet dat jouw Q50d zo bromt en niet het bestelbusje naast je in de file, kan dat best wel eens lichte ergernis opwekken. Voor wat het waard is ten gunste van de Infiniti Q50: dezelfde ervaring hebben we met de C 200 CDI.

“Dat zijn de kleine dingen die een auto als deze nét dat extra beetje premium-gevoel geven.”

Dual screen

Terwijl de rumoerige diesel als een onnodige eigenschap blijft nadreunen, weet de Q50 ons te verleiden met z’n interieur. Prachtig is het afgewerkt en bovendien erg goed doordacht. Details als knopjes voelen goed en solide aan, waarbij je door een onmiskenbare klik zonder te twijfelen weet of je ze ingedrukt hebt of niet. Dat zijn de kleine dingen die een auto als deze nét dat extra beetje premium-gevoel geven. Wat ook goed doordacht is en daarnaast erg prettig werkt, is het tweetal schermen op het dashboard. Het onderste scherm is met je vingertoppen te bedienen en geeft je toegang tot alle functionaliteiten van het infotainmentsysteem. Tegelijkertijd toont het bovenste scherm die info en blijft het navigatiesysteem in beeld. Deze ogenschijnlijk simpele uitwerking hebben we nog niet eerder gezien en scoort punten. Wel vinden we het jammer dat Infiniti de layout van beide schermen niet op elkaar heeft afgestemd waardoor het aanvoelt als twee verschillende systemen.

5 voor de prijs van 3
Veelal minder relevant voor de doelgroep, maar ook weer niet onbelangrijk gezien een auto van alle markten thuis moet zijn voor de klandizie van deze klasse, is een bruikbare binnenruimte. ‘De prijs van een 3-serie voor bijna evenveel ruimte als een 5-serie’, dat is hoe Infiniti de aanwezige binnenruimte promoot. Maar is dat ook zo? Voorin de cabine is het zeer comfortabel vertoeven, ergonomisch zit de Q50 keurig in elkaar en aan ruimte ontbeert het nimmer. Achterin is waar je het verschil in wielbasislengte (gemiddeld 4 centimeter in het voordeel van de Q50) écht merkt. Daar is de beenruimte rianter dan in bijvoorbeeld een 3-serie, A4 alsook de nieuwe C-klasse. Zelfs lange bestuurders (tot 1,90 meter) kunnen prima achter zichzelf zitten. Echter, door de aflopende daklijn is de hoofdruimte achterin beperkter voor diezelfde lange personen. En diezelfde daklijn zorgt ervoor dat ook de bagageruimte ietwat tekortschiet. De kofferbak is diep, maar niet erg hoog en loopt taps toe, waardoor de laadruimte niet bijzonder breed is. Er blijft echter wel genoeg ruimte over voor een redelijk grote koffer, dus behelpen is het allerminst.

“De dynamiek die bijvoorbeeld de BMW 3-serie biedt, daar komt de Q50 niet bij in de buurt.”

Stuurgevoel


Als je op zoek bent naar een sportieve sedan in het D-segment schiet de BMW 3-serie je waarschijnlijk snel te binnen. Infiniti zegt met de Q50 echter een waardig alternatief voor deze doelgroep te bieden. Een halve waarheid, om maar meteen met de deur in huis te vallen. De Q50 stuurt direct en behoorlijk scherp, al mis je soms een fractie stuurgevoel. Het kost bovendien eventjes rijtijd om aan de elektrische, snelheidsafhankelijke stuurbekrachtiging te wennen. De overgang van weinig weerstand (bij langzame snelheid) naar meer weerstand (bij hogere snelheden) voelt onnatuurlijk. Zet de Sport-modus aan en het stuurgevoel verzwaart merkbaar en is beter te voorspellen. Toch kunnen we de Q50 niet als sportsedan bestempelen. Achterwielaandrijving en aardig scherpe besturing spreken in z’n voordeel, maar de dynamiek die bijvoorbeeld de BMW 3-serie biedt, daar komt de Q50 niet bij in de buurt. Al moet gezegd worden dat we zonder het optionele € 1.000,- kostende Steering Pack reden, wat 'steer by wire', of Direct Adaptive Steering zoals Infiniti het noemt, toevoegt en het rijdersplezier wel eens naar een hoger plan kan tillen.



Nét geen 20% bijtelling

Goed, de ruimte scoort een puntje voor de Q50 dus, en ook het rijgedrag krijgt van ons een ruime voldoende. Maar de prijs? Infiniti zegt immers dat die extra ruimte geen meerprijs heeft ten opzichte van de gevestigde orde en dat de vanafprijs daarmee vrijwel gelijk is. Ons test-exemplaar, een Q50d Premium met handbak, staat voor € 43.834,- in de prijslijst. Daarbij inbegrepen zit lederen bekleding, stoelverwarming, een automatisch dimmende binnenspiegel en fraai 17 inch lichtmetaal. Om toch maar weer even de geijkte BMW 3-serie aan te halen: een vergelijkbare 320d EDE staat voor € 44.108,- in de boeken. Ook op dit belangrijk bevonden onderdeel doet Infiniti dus geen loze beloftes. Er is echter één grote ‘maar’ voor het grootste koperspubliek van dit soort auto’s, de zakelijke rijder. Die lijkt zich tegenwoordig helemaal blind te staren op een zo gunstig mogelijke bijtelling in relatie tot de gewenste leaseauto. Terwijl de drie voornaamste concurrenten, de BMW 3-serie, Audi A4 en Mercedes-Benz C-klasse, allemaal met een motorisering uitgerust kunnen worden die in aanmerking komt voor 20% bijtelling, komt de Q50d met z’n gemiddelde uitstoot van 114 g/km daarvoor net 3 gram CO2 per kilometer te kort. Dit klinkt misschien cru, maar dit kan wel eens de achilleshiel van de Q50d zijn.

Conclusie
Een Japanse sedan met een voldoende Europese uitstraling en bouwkwaliteit en een half-Duitse aandrijflijn. De Q50d zou bij voorbaat de meest overtuigende Infiniti moeten zijn sinds het luxemerk voet op Europese bodem zette. Dat lijkt niet alleen zo, het is ook zo. Als totaalplaatje scoort de Infiniti Q50d een dikke voldoende, vooral aangevoerd door de uitstekende, hoewel ietwat rauwe krachtbron. Adequate rijeigenschappen, een prima standaarduitrusting en ruime afmetingen sluiten zich daarbij aan als positieve punten, om zo een auto te vormen die serieus genomen mag worden. Echter, eerlijk is eerlijk, we leven in Nederland ook in het land van de strenge uitstoot- en verbruiksregels en de daaraan gekoppelde zakelijke bijtelling. Een maker of kraker in dit segment, en helaas voor Infiniti valt de Q50d vooralsnog aan de verkeerde kant van de streep. We schrijven echter vooralsnog, want wie weet kunnen die paar grammetjes CO2/km er nog af. Het is Mercedes-Benz immers ook gelukt. Tot die tijd zien we de Q50 Infiniti niet naar het niveau brengen waar ze in Europa graag willen zijn, maar de potentie is er zeker.

Gerelateerde artikelen

Infiniti en Spa-Francorchamps ruziën over Eau Rouge

Autonieuws
Infiniti en Spa-Francorchamps ruziën over Eau Rouge
> Artikel lezen

Infiniti zet 'Q50 Concept' neer op AutoRAI

Autonieuws
Infiniti zet 'Q50 Concept' neer op AutoRAI
> Artikel lezen

Infiniti Q50 nu flink voordeliger in aanschafprijs

Autonieuws
Infiniti Q50 nu flink voordeliger in aanschafprijs
> Artikel lezen

Infiniti Q50 nu ook met benzinemotor

Autonieuws
> Artikel lezen

Infiniti Q50 Eau Rouge krijgt GT-R-motor (568 pk!)

Autonieuws
Infiniti Q50 Eau Rouge krijgt motor die Duitsers rauw lust
> Artikel lezen

Circuitwaardige Infiniti Q50 speciaal voor Nederland

Autonieuws
Infiniti Q50 Inspiration
> Artikel lezen

Meer Autowereld.com

Merk / model dossiers

Sluiten
Wij maken gebruik van cookies: lees hier hoe en wat.