Autotests

Jaguar XF Sportbrake

Wil je mee blijven doen met de besten, dan moet je op z’n minst aansluiting houden. Echter we hebben het hier wel over Jaguar, Britten. Die zijn groot geworden door klein en kalm te blijven. En tijd, die heeft Jaguar genomen voor de XF Sportbrake. Maar nu hij er vijf jaar na de XF eindelijk is, kan het zomaar zijn dat het merk de wind weer vol in de zeilen heeft.

Al maak je Ian Callum middenin de nacht wakker of stoor je hem abrupt in een belangrijke aandeelhoudersvergadering, we denken oprecht dat de Schot, wanneer je hem op slag wat tekengerei aanreikt, zonder ook maar een greintje schroom een overtuigende schets uit zijn hand laat vloeien. Dat de design-chef van Jaguar uitmuntend kan tekenen heeft hij al meermaals bewezen, en ook – kijkend naar de XF Sportbrake – laat hij zich weer van een goede kant zien.
Met de XF Sedan (of Saloon zoals Jaguar het zelf liever heeft) had Callum natuurlijk al wat voorwerk verricht, maar misschien maakt dat het wel extra moeilijk om het exterieurontwerp van de Sportbrake tot een uitgebalanceerd geheel te maken. In het eindresultaat zie je dat in ieder geval niet terug, vinden wij. De XF Sportbrake behoudt de voetafdruk van de XF; met 2,90 meter tussen de voor- en achterwielen en een lengte die net binnen de vijf meter blijft. Pas vanaf de B-stijl begint het onderscheidt met de sedanversie toe te nemen. Dat de daklijn doorloopt is nogal logisch, maar Jaguar gebruikt wel exact dezelfde achterportieren als bij de Saloon, wat betekent dat de rest van de kont moest voortvloeien uit de lijnen en vlakken die daarin terug te vinden zijn. Met wat chroom wordt de aflopende raamlijst benadrukt, om vervolgens de achterzijde niet te zwaar op het netvlies te maken door de D-stijlen zwart te lakken zodat ze één lijken te vormen met de achterruit. De bedoeling is goed, de uitwerking smaakgevoelig. Wellicht dat, als Callum de lichtunits meer in lengterichting (à la XJ) of rechtop had getekend, de derrière van de Sportbrake net even wat eleganter was uitgevallen. Nu wordt het gracieuze niveau van de Saloon naar onze mening niet gehaald.

Truus wil naar huus
Voorin de Sportbrake is er geen millimeter verschil met de XF. Die profiteert sinds een eerdere facelift van opgewaardeerde materialen en doorstaat op dat vlak nu probleemloos de vergelijking met de niet nader te hoeven noemen Duitsers, al haalt de aansluiting van de sierlijsten – en dan hebben we het over afwerking – nog steeds niet hun niveau. Het is vooral hieraan te merken dat de Sportbrake eigenlijk al een vijf jaar oude auto is; de XF zag in 2008 immers het levenslicht.
Wat de XF echter nog steeds in overvloed heeft, is karakter. Niet alleen omwille van z´n wegdraaiende ventilatieroosters of de draaiknop voor de automaat, de zogeheten JaguarDrive Selector, maar door in z´n vormgeving soberheid en design tot een cocktail met een typische smaak te mengen. Een verlicht interieur zoals die is bij zonsondergang is daarvan misschien wel het beste voorbeeld. Dat baadt dan wel in een steriel turquoise licht, het blijft er nog steeds gezellig. Minpunten zijn überhaupt schaars, maar natuurlijk niet helemaal afwezig. De vormgeving van het overigens ergonomisch briljante aanraakgevoelige scherm in de middenconsole oogt namelijk gedateerd. En voor de grafische kwaliteit van het navigatiesysteem is dat zo mogelijk nog meer het geval, nog maar te zwijgen over de routegeleiding. Op een beetje druk knooppunt kletst de digitale mevrouw al gauw en tot vervelens toe een halve minuut lang in de rondte; een te nemen afslag bijvoorbeeld wordt wel zesmaal omgeroepen. De ´mute´-functie biedt weliswaar uitkomst, maar dat zou het natuurlijk niet moeten zijn.

Grote jongen
Op de achterbank gaan de XF en XF Sportbrake elk hun eigen weg. Een 60/40 neerklapbare achterbank met skiluik is standaard en de achterbank is opnieuw ontworpen om makkelijker plaats te bieden aan drie personen. De beenruimte is conform, terwijl de hoofdruimte gewoonweg royaal is; tot wel 4,8 centimeter meer dan de XF. Een wereld van verschil.
De achterbank in z´n meest nederige positie dwingen kan, heel simpel, aan de hand van een ruk aan de hendels in het laadcompartiment. En daarmee zijn we bij de kofferruimte belandt die overigens heel keurig is afgewerkt en standaard een kofferklep heeft die zichzelf in het slot trekt. Normaliter past er 550 liter achterin. Wil je het onderste uit de kan, dan is de vloer niet minder dan 1,06 meter breed en 1,97 meter lang en past er bovenop maar liefst 1.675 liter aan spullen. Weliswaar niet zo gigantisch als de E-klasse Estate, maar voldoende om de 5-serie Touring en A6 Avant te evenaren.

Zescilinder-souplesse
De Sportbrake lust alleen diesel. De reden van Jaguar hierachter is dat 80% van de grote stationwagens die er in Europa worden verkocht een dieselmotor onder de kap heeft. Er is keuze uit een 2.2 liter viercilinder en een drieliter V6, telkens aangeboden in twee configuraties om de klant de keuze te bieden uit 163, 200, 240 en 275 pk. Wij reden de sterkste 2.2D (S), gekoppeld aan een 8-traps automaat. Een handbank is niet leverbaar.
Wie kracht en souplesse wenst hoeft echt niet zo nodig een zescilinder te kiezen. De viercilinder-diesel klinkt wat rauw, maar kent een heerlijke krachtsopbouw. Al bij 2.000 tpm worden de 450 Newtonmeters losgelaten en bij 3.500 tpm wordt het maximumvermogen van 200 pk bereikt. Onder dat kritische toerental is de motor wat tam, maar dat hindert niet, gezien de erg alerte en beschaafde transmissie het blok nooit naar een omwentelsnelheid laat zakken waarin dat een probleem vormt. De enige kritiek die we hebben op de aandrijflijn is dat de versnellingsbak niet altijd ongemerkt opschakelt en soms twijfelt welk verzet nu het beste past bij de gehanteerde rijstijl in combinatie met een zo laag mogelijk verbruik. Van nature wil de bak zo snel mogelijk naar het hoogste verzet om het opgegeven gemiddelde verbruik van 5,1 l/100 km ook daadwerkelijk waar te kunnen maken, maar zo af en toe verslikt de automaat zich in wat hij wil en wat de bestuurder wenst dat er gebeurt. Op dit punt zou Jaguar nog wat finesse kunnen toepassen. Over het algemeen zien we dan weer geen reden om niet met de ZF-transmissie te kunnen leven.

Zweven op lucht
Als het op prestaties aankomt, kunnen we niet zeggen dat de vierpitter veel te wensen overlaat. Sportiviteit zit Jaguar immers in de genen, en dat merk je als je de auto wat meer uitdaagt. De dynamische eigenschappen van de XF en de Sportbrake zijn nagenoeg identiek. Verwacht dus ook bij de Sportbrake niet de lichtvoetigheid van een XK. Licht onderstuur is bij de station de regel, en zelfs als de kont bewust dan wel onbewust uitwaait, tikt de stabiliteitscontrole die genadeloos op de vingers. Het weggedrag is dus niet avontuurlijk, wel onderhoudend. Dat laatste komt onder meer door de standaard luchtvering voor de achteras wat de XF niet heeft. De voor- en achterwielophanging stelt comfort centraal. Stap je over van een Duitser, dan zal je misschien een betere filtering van kleine oneffenheden op het verlanglijstje hebben staan. Dit compenseert de Sportbrake dan weer door de inzittenden ruimschoots weg te houden van alle andere negatieve invloeden. En de besturing? Die is net zo afstandelijk als bij z’n concurrenten, al kunnen we ook hier stellen dat de progressiviteit en de weerstand erg goed gekozen zijn.

Conclusie
Jaguar zit zowat halverwege een productoffensief. Dat mikt niet per se op meer nieuwe modellen, maar wil vooral het potentieel van het huidige productportfolio maximaliseren. Nieuwe motoren hebben we daarom al achter de rug, en nu komt er tweede carrosserievorm van de XF bij: een station. Zo’n model heeft Jaguar sinds de X-type Estate, waarvan de productie eind 2009 stopte, niet meer gehad. Drie jaar dus. Bij het nemen van zo’n lange pauze kan het doorgaans twee kanten op. Men neemt de tijd om tot bezinning te komen met als doel sterker uit de strijd te komen – de X-type was nu niet bepaald een succes. Of men heeft te lang gewacht terwijl de concurrentie ondertussen echt niet stil is blijven zitten. In het geval van de XF Sportbrake gaan beide vliegers op. Ja, Jaguar’s nieuwste aanwinst doet de faliekant geflopte X-type onmiddellijk vergeten. Maar hoe fijn en karaktervol de XF Sportbrake ook is, Jaguar heeft niet kunnen verbloemen dat de belangrijkste concurrentie intussen weer een tree hoger op de ladder is geklommen. Op dit moment zou je zodoende kunnen zeggen dat de nieuwe Jaguar is aangehaakt, maar verder dan de achterbumper van de Duitsers komt de XF Sportbrake niet.

Gerelateerde artikelen

Jaguar haalt streep door stationwagens

Autonieuws
Jaguar haalt streep door stationwagens
> Artikel lezen

Dus toch: Jaguar XF Sportbrake krijgt opvolger

Spyshots
> Artikel lezen

Jaguar XF R-Sport: XF diesel met grote bek

Autonieuws
Jaguar XF R-Sport
> Artikel lezen

Jaguar XFR-S Sportbrake neemt stokje over van BMW M5 Touring

Autonieuws
Niet één, maar twee nieuwe R's van Jaguar
> Artikel lezen

Onverwachts machtsvertoon: Jaguar XFR-S Sportbrake

Spyshots
Onverwachts machtsvertoon: Jaguar XFR-S Sportbrake
> Artikel lezen

Meer Autowereld.com

Merk / model dossiers

Sluiten
Wij maken gebruik van cookies: lees hier hoe en wat.