Autotests

Renault Clio IV

Afgelopen week was een bijzondere voor ons en de overige (Nederlandse) autopers. Twee verschillende merken, elk een gloednieuwe auto, beide debuterend op de nog in volle gang zijnde Autosalon van Parijs en allebei bevatten een Nederlands tintje. Dat maken we niet iedere dag mee. Na twee dagen Mazda6 stapten we over op de gloednieuwe Renault Clio.

Bij de één stond hij aan de wieg, bij de andere tekende hij voor het finaleakkoord. We hebben het over Laurens van den Acker, de Nederlandse auto-ontwerper die in 2009 Mazda verruilde voor Renault. Z’n eerste belangrijke klus bij zijn jongste werkgever was het intekenen van een modern familiegezicht voor Renault. Via opzienbarende conceptcars als de Dezir en Captur zagen we zijn tekenkunsten voor ’t eerst op de gefacelifte Twingo. Maar het is pas bij de Clio IV waar Van den Acker helemaal los is gegaan. Het merkbeeld werd nog wat aangedikt en ingemetseld in nog meer gitzwart plastic om het nóg beter uit de verf te laten komen. Renault’s wybertje mag eigenlijk niet meer als verkleinwoord geschreven worden, zo groot wordt het inmiddels afgebeeld. Bijgestaan door forse koplampen en een brede opengesperde onderbumper oogt de nieuwe Clio zelfverzekerder dan ooit te voren. Van de muurbloempjes die de eerste drie generaties waren tot potentieel kroningskandidaat van het bal.
En het knappe ‘koppie’ verliest de Clio IV niet zodra je hem voorbijloopt. Integendeel, van achteren wordt de assertiviteit nog even doorgezet met brede, opgetrokken schouders en sierlijk geslepen lichtunits. Dat Van den Acker collega Walter de Silva – momenteel designchef bij de Volkswagen Groep – hoog heeft zitten mag duidelijk zijn gezien het hoge Seat-gehalte dat deze zijde van de nieuwe Clio rijk is. Om over de ‘verborgen’ handgrepen, hét stijlkenmerk van De Silva, nog maar te zwijgen.

Bling en swing
‘Renault wil zijn wat Volkswagen is, een merk waar men zeer bewust voor kiest ondanks dat de vraagprijzen iets hoger liggen. ´We zijn nog niet op dat niveau, maar door sterkere productdesigns en het bieden van maximale kwaliteit en personalisatie aan de klant is dit wel ons uiteindelijke doel’, aldus een woordvoerder van Renault. Vijf exterieurthema’s, drie soorten dakversieringen, kleuraccenten voor de verschillende wieldesigns en -maten en zeven kleurencombinaties voor het interieur plus vier uitrustingniveaus, de kans dat je als koper twee keer exact dezelfde Clio IV in je omgeving tegenkomt zou uiterst nihil moeten zijn.
Omdat de individualiseringsmogelijkheden zo omvangrijk zijn heeft Renault een applicatie ontwikkeld waarmee klanten direct op een tablet kunnen zien waartoe hun designkeuzes leiden om schrikeffecten bij aflevering te voorkomen. Handig en tegelijkertijd een extra punt voor de servicegraad.
Wij vinden de basisuitdossing van onze rode Clio al behoorlijk excentriek waarbij het dashboard, delen van de portierbekleding en het meubilair (indien gewenst) overeenkomen met de carrosserielak. In het centrum prijkt een 8 inch groot scherm dat standaard is vanaf de Expression-uitvoering. De grafische kwaliteiten zijn erg gelikt, al verbleken ze bij de in pianolak gehulde middenconsole waarin het scherm is ondergebracht. We zijn ons ervan bewust dat het trendy oogt, maar je kunt er ook mee doorslaan, Renault! Gelukkig is een andere accentkleur mogelijk. Desalniettemin hadden we liever gemerkt dat de aandacht wat meer was uitgegaan naar de afwerking van de knoppen van de klimaatregeling en enkele andere bedieningsorganen. Niet dat ze van matige kwaliteit zijn, maar eraan draaien voelt enigszins geknutseld aan. Je hebt niet het idee dat ze een autoleven meegaan en Renault was de laatste jaren juist zo goed op weg wat bouwkwaliteit betreft. Wie een laag dieper kijkt zal concluderen dat de rest van het interieur ook niet bijster bijzonder is en niet meer dan conform het segment. Echter de aangebrachte frivoliteit in de Clio heeft vaak dan al lang effect gehad door je meteen na het plaatsnemen in de auto net even wat specialer te laten voelen. Dat is zowel slim als knap van Renault.

Voordeelpakkers
De sterkste kaarten die de nieuwe Clio in handen heeft zijn de vier verkrijgbare motoren. Ze zijn verkrijgbaar in combinatie met een gelijk aantal uitrustingniveaus, maar waarvan niet allen in aanmerking komen voor vrijstelling van wegenbelasting en de laagste bijtellingsklasse. Om de onbekende reden levert Renault de topuitvoering Dynamique niet uit met de schoonste variant van de TCe 90-benzine en deze combinatie valt zodoende in de middelste bijtellingsklasse van 20% (104 g/km). Uiteraard heeft de Nederlandse importeur zijn ongenoegen hierover uitgesproken richting de fabriek en mocht deze op die klacht en tegelijk wens ingaan dan zal het derde uitrustingniveau Collection komen te vervallen.
In de praktijk zullen negen van de tien Clio-klanten de keuze laten vallen op de gemiddeld 99 g/km uitstotende TCe 90, de dCi 90 met een opgegeven CO2-waarde van 90 g/km of de geoptimaliseerde variant daarvan met slechts 83 g/km. Als verbruik voor de meest zuinige TCe en dCi wordt respectievelijk 4,3 en 3,2 l/100 km opgegeven. Dat is enorm zuinig en voor de verandering ook eens in de praktijk benaderbaar.

Allround rijgedrag
Vanwege de uitnodigende heuvels om en nabij Firenze konden we het echter niet weerstaan de nieuwe Clio overwegend op zijn rijgedrag te beoordelen. En dat is vanouds comfortabel. De nieuwe hangt gemoedelijk in de veren maar is al lang niet meer die schaatsende Clio van weleer. Kort na een hobbel keert het onderstel weer terug in z’n neutrale stand om zich op te maken voor de volgende actie. Op de snelweg ontpopt zich een prettige reisgenoot. Doordat de motoren bijzonder stil zijn verschuift je gehoor automatisch naar de aanwezige afrolgeluiden van de 195 millimeter brede banden. Ook betrappen we de Clio op enig windgeruis rond de A-stijlen. Boven 130 km/h nemen die zelfs significant toe. Van de toch al matige uitwerking van Renault´s nieuwe “Bas Reflex”, dat de lage tonen van de muziekinstallatie moet versterken, blijft dan werkelijk niets meer over.

Calimero
In snel genomen haakse bochten helt de auto licht over, maar door de precieze elektrische besturing ervaren we dit niet als nadelig. Het geeft meteen te kennen dat de Clio best van een potje sturen houdt, al moeten we erbij vermelden dat het prettige, zeer volwassen allround rijgedrag vooral op het conto van de motoren geschreven moet worden. De nieuw ontwikkelde TCe 90 is een driecilinder, maar slechts aan de in verte ietwat zwaardere, doch aangename brom is te vernemen dat er de motor een ´been´ mist. Van de beruchte trillingen en stoterig gedrag is geen sprake. Ford bewees met de – nota bene bekroonde – 1.0 liter Ecoboost al eerder dat auto’s zich niet gehandicapt hoeven te voelen met een driepitter en Renault heeft nu zowaar een Ecoboost-concurrent in huis. Wel is de minuscule TCe wat nerveus in het gaspedaal. Daar vraagt gewenning. Anderzijds klimt de driepitter uiterst enthousiast richting het rood en bijna vanzelf ga je hierin mee. Om het tempo erin te houden kan de slechts 898 cc grote motor de toeren goed gebruiken. De uiteraard eveneens kleine, maar energieke turbo komt namelijk heel geleidelijk op gang om pas tegen de 3.000 tpm z’n volle nut te bewijzen. Maar vanaf dat moment, en wanneer je eenmaal gewend bent geraakt aan de ietwat hakerig schakelende 5-versnellingsbak, is de TCe ook niets te gek en neemt hij de Clio als een hitsige viercilinder op sleeptouw. En juist wanneer je verwacht dat de TCe adem tekort zou moeten komen heeft hij bij 4.500 tpm nog een eindsprint(je) in huis. Wat een geweldig machientje!

Dieselkracht
De 90 pk sterke dCi laat zich merkbaar rustiger rijden door te profiteren van een 220 Nm hoog koppel dat vanaf 1.750 tpm en over een breed toerenbereik beschikbaar is. Desondanks komt het rijkarakter in een zekere mate overeen met de TCe. Ook bij de dCi komt de turbo laat en pas in het middengebied voelbaar opzetten, een indirect gevolg van de lange versnellingsbakratio’s. Bij het schakelen van twee naar drie maakt de toerenteller een behoorlijke duikvlucht en wie er een sportieve rijstijl op nahoudt wordt hierdoor in z’n enthousiasme gesmoord. Bovendien waar hebben we het over, de dCi is vlot genoeg. De handbak van de diesel laat zich na een gedegen opwarmperiode ook merkbaar trefzekerder bedienen en dat maakt de combi Clio-diesel de fijnste van het duo. Buiten dat is de compacte Fransoos in de basis ook niet bedoeld als heet rij-ijzer. Er moet immers nog (speel)ruimte overblijven voor de Clio RS. Wat de nieuwe Clio in één zin wel is? Nou, dat wat de compacte Renault al generatieslang beweert maar feitelijk pas bij deze vierde generatie bewaarheid is geworden: ´Zij heeft alles van een grote (auto)´. Op de hoofd- en beenruimte achterin na althans.

Gerelateerde artikelen

Vernieuwde Renault Clio: stapje hogerop

Autonieuws
Renault Clio
> Artikel lezen

Renault Clio R.S. 16: 300 pk en racegenen

Autonieuws
Renault Clio R.S. 16
> Artikel lezen

Prijzen vernieuwde Renault Clio bekend

Autonieuws
Prijzen vernieuwde Renault Clio
> Artikel lezen

Wat is dit voor dikke Renault Clio RS?

Autonieuws
Wat is dit voor dikke Renault Clio RS?
> Artikel lezen

Facelift voor Renault Clio in aantocht

Spyshots
Facelift voor Renault Clio in aantocht
> Artikel lezen

Meer Autowereld.com

Merk / model dossiers

Sluiten
Wij maken gebruik van cookies: lees hier hoe en wat.