Autotests

Audi RS4 Avant

Audi’s zijn allround en worden daarvoor aanbeden. Anderen hekelen ze juist vanwege dit karakter. Nooit zouden ze partij kiezen. Altijd maar zinspelen op veilig waardoor rijden nimmer echt spannend wordt. Zelfs bij de aller-snelste Audi’s niet. Voor beide is wat te zeggen, al moet Audi je persoonlijk wel iets aangedaan hebben om hun nieuwe RS4 niet op handen te dragen.

Audi had het gemakkelijk kunnen doen. Ze deden het niet. Niets liefdadigheid. Geen genade. CO2 en NOx, ze negeren het. Audi, of beter gezegd Quattro GmbH, maker van de snelste Audi’s, wil zolang het toegestaan wordt liever niets weten van vermeende schadelijke luchtstoffen. Daarom geen tot op het bot uitgeknepen zescilinder met turbo’s of andere kunstmatige beademing, maar gewoon weer een atmosferische V8. Gegoten uit aluminium en grotendeels met de hand in elkaar geschroefd, net als de in de uit 2005 stammende generatie. Destijds was dat nog te behappen zou je denken, nu klinkt zoiets vooral erg kostbaar. De Audi RS4 is dan ook niet goedkoop. Wanneer nieuw uit de doos moet hij honderdtienduizend euro kosten. Een ongewijzigde vraagprijs ten opzichte van de oude, en dat is bijzonder wetende dat de BPM-last op auto’s alsmaar toe is genomen en toeneemt.

Merkslogan
Begrijp ons niet verkeerd, de aandrijflijn van de nieuwe Audi RS4 is er één uit duizenden. Meesterlijk. Paardenkrachten, we kicken erop, en de nieuwe RS4 heeft er nog dertig meer dan voorheen. Nog meer waarderen we Newtonmeters, want aan trekkracht kan je niet genoeg hebben. Koppel bepaalt in aanzienlijke mate de dagelijkse bruikbaarheid van een auto. En die bruikbaarheid behoort nu precies tot het oeroude, aanstekelijke totaalpakket van Audi’s snelste Avants. Nog voordat het merk in 1994 de RS2 lanceerde moet het hebben geweten goud in handen te hebben. Het praktische van een stationwagen verenigen met de snelheid van een sportwagen; het was onomstotelijk een legendarische combi.
Is de 430 Nm van de RS4 Avant dan niet voldoende? Natuurlijk wel. Het sleurt alles en iedereen vlotjes de bocht uit en vanzelfsprekend vergen dan ook tussenacceleraties in rechte lijn weinig geduld. Dat gaat nog eenvoudiger dankzij de S Tronic met dubbele koppeling. Wat is dat ding snel, zeg. In Drive, in Sport of in Manual, de handbak heeft zijn laatste tijd gehad. Hoe schijnbaar puur dat ook moge zijn. Dit is de transmissie waar auto´s als de RS4 op hebben gewacht.
Maar om nog even terug te komen op wat wenselijk en wat maximaal mogelijk is moeten we toch even de teemkous uithangen. Audi introduceerde kort geleden de S6, S7 en S8 uitgerust met de nooit gehanteerde 4.0 V8-TFSI. Tweehonderd kubieke centimeter minder inhoud dan de achtcilinder in de RS4 Avant, maar met turbo’s. Wat blijkt: 550 Nm voor de S6 en S7 en zelfs 650 Nm voor de S8. Een significante hoeveelheid meer dan de RS4 dat daarbij ook nog eens 2.500 tpm eerder volledig vrijkomt en voor een efficiëntere verbranding zorgt dus als klap op de vuurpijl verzekerd van de laagste mogelijk vraagprijs. Waar is dat gedeelte van ´Voorsprong door Techniek’?

Vloek
Toch danken we Audi op onze bloten knieën dat het opnieuw hun atmosferische V8 in de nieuwe RS4 heeft gelepeld. De RS4 behoudt ermee het unieke rijkarakter dat in de nabije toekomst alleen nog toebedeeld is aan sportwagens voor de puissant rijken die een innige relatie met de pompbediende op de koop toenemen. De V8 in de RS4 houdt van toerentallen, daar ligt letterlijk zijn kracht. De maximale 450 pk die het afgeeft komen pas bij 8.250 tpm vrij, net voordat het rood begint. Het eerdergenoemde koppel strijkt zich uit tussen 4.000 en 6.000 tpm.
Met de nieuwe RS4 is 1 op 8 haalbaar. Relatief gezien acceptabel. Spreek het prestatiepotentieel aan en je zult onmiddellijk worden gestraft. Iets dat je met een turbo- en compressormotor minder snel zal overkomen. Die laat al vanaf lage toerentallen de trekkracht het werk doen waardoor het tempo niet verslapt of indien gewenst eerder bereikt wordt. Dit is dan ook meteen onze voornaamste kritiek – geen minpunt – op de RS4. Wie haast heeft moet de achtcilinder hard laten werken met acute dorst tot gevolg. Een vloek en zegen tegelijk. Zelden hebben we een motor meegemaakt die zo eenvoudig z’n rondjes draait. Interne weerstand lijkt er welhaast niet te zijn. Zo smeuïg, zo gemakkelijk klimt de V8 richting het rood. Ondertussen brengt de uitlaat een oorstrelend orkestsymfonie ten gehore. Afhankelijk van de toerentallen zwiept van het van een diepe brul naar een joelende huil. Met daar ergens tussenin een schelle snerp. De heuvels in de omgeving van het Oostenrijkse Spielberg weten er zo hun eigen draai aan te geven. Te midden van de kale landerijen klinkt de achtcilinder ineens weer totaal anders. Prachtig. Commercieel als Audi is hangt aan dit auditief genot wel een extra prijskaartje. Alleen uitgerust met de optionele sportuitlaat blaast de RS4 dit soort klanken uit. RS4-klanten met bovengemiddelde muzikale interesse zijn te herkennen aan de zwarte sierpijpen. Het standaard systeem bevat mat-chromen exemplaren.

Sturen
Waar we erg blij mee zijn is de besturing van de nieuwe RS4 Avant. Met het optionele Dynamic Steering verkrijg je een traploze stuuroverbrenging dat bij langzame snelheid zeer direct en licht stuurt en bij hogere snelheid meer weerstand en gevoel geeft. De opnieuw ingerichte elektronische stuurinrichting is nog altijd niet zo eerlijk als de oude hydraulische versie, maar al veel minder afstandelijker dan bij de voorgaande S- en RS-modellen van Audi. Mocht je onverhoopt toch een stuurfoutje maken vertrouw dan op quattro, traditioneel standaard op de S- en RS-modellen. In uiterste nood kan het vierwielaandrijvingsysteem 85% van de aandrijfkrachten naar de achterwielen sturen. Indien het sportdifferentieel tussen de achteras zit wordt het koppel tussen de beide wielen verdeeld. Het effect is vooral merkbaar in bochten waarbij het sper de aandrijfkracht naar het buitenste wiel stuurt. Op deze manier wordt de RS4 door de bocht ‘geduwd’ waardoor je weer eerder op het gas kan. Het werkt subliem zo ervaren we tijdens enkele ronden over de Redbull Ring, maar maakt hard rijden ook kinderlijk eenvoudig. Maximale controle typeert de RS4. Altijd ligt de auto snaarstrak op de weg, nooit maakt hij een misstap, hoe hard je de achtcilinder ook behandelt.

Oer-Quattro
Dit ‘een Audi past iedereen’ geldt ook weer voor het uiterlijk. Het merk heeft de afgelopen tijd al meerdere malen een knipoog gemaakt naar de oer-Quattro, maar nog niet eerder zoals ze dat doen bij de nieuwe RS4 Avant. De scherpe vouwlijn die de lengte van de uitgeklopte wielkasten accentueert is een prachtige en bijna identieke verwijzing naar Audi’s rallymonster uit de jaren ’80. Het uitkloppen van de spatborden voegt 24 mm aan carrosseriebreedte toe, maar oogt nog steeds subtiel en dik tegelijk en past perfect in het plaatje van een uiterst gelikte, maar ondertussen sportwagensnelle stationkar. 19 inch wielen met daaromheen banden van Continental zijn standaard. Voor dagelijks gebruik een prima combinatie, maar wij prefereren liever de 20 inch exemplaren met Pirelli-schoeisel. Niet alleen staan ze nog fraaier, ook bieden ze meer grip en tractie wanneer je de beest weer eens aan het uithangen bent. Volgens Audi zijn de Conti´s meer toegespitst op comfort. Dat kan kloppen, maar een diameter groter zorgt bij de RS4 Avant heus niet meteen dat je tanden uit je gebit rammelen. Daarvoor is er Audi Drive Select met instelbare dempers; comfortabel indien gewenst, snaarstrak als het moet. Meer allround dan dit wordt het niet!

Gerelateerde artikelen

Audi Exclusive RS 4 Avant wil specialer zijn

Autonieuws
> Artikel lezen

B&B’s supercharger op Audi RS 4 doet wonderen

Tuning & styling
B&B’s supercharger op Audi RS 4 doet wonderen
> Artikel lezen

Kom maar op met die nieuwe Audi RS 4!

Spyshots
Audi RS 4 Avant
> Artikel lezen

Kleiner hart, grotere spieren voor nieuwe Audi RS 4

Autonieuws
Audi RS 4 Avant
> Artikel lezen

Audi start met exclusieve Audi Sport-dealers

Autonieuws
> Artikel lezen

Meer Autowereld.com

Merk / model dossiers

Sluiten
Wij maken gebruik van cookies: lees hier hoe en wat.