Autotests

Renault Mégane modeljaar 2012

"Hij is nog mooi genoeg!". Na drie jaar vindt Renault het nog onnodig om de Mégane ingrijpend te vernieuwen. Enkele optische modernisaties en opgeschoonde techniek zou afdoende moeten zijn om competitief te blijven. Niet veel later, tijdens de persconferentie, blijkt dat de Renault Mégane van modeljaar 2012 dit met minder ook wel had afgekund.

Om opheldering te geven verplaatsen we ons naar de lokale markt. Dat de Renault Mégane van modeljaar 2012 in ons land bij voorbaat meedingt om een topnotering wordt kenbaar nadat de importeur trots rept al 7.000 orders voor de auto te hebben geschreven. ‘Wat?! Dat is liefst negentig procent van de Nederlandse afzet over heel 2011, terwijl de vernieuwde Mégane-familie z’n marktintroductie nog moet beleven!’ Precies ook onze reactie. Renault moet in euforie zijn. Maar dat deze buitensporige verkoop geen moer te maken heeft met de nieuwe LED-dagrijverlichting, een aangepaste voorbumper, noch de uitbreiding van bekledingstoffen en kleine interieurverbeteringen is zo klaar als een klontje. Waarom is men dan wel en masse naar de dealer gehold?

Schouderklopje
Welnu, de Mégane dankt dit instant succes door onze nationale overheid en hun beruchte fiscale condities op milieuvriendelijke auto’s. Maar eigenlijk verdient overwegend Renault de schouderklopjes. Zij hebben het immers zelf voor elkaar gebokst om de Mégane zo spaarzaam te maken dat Den Haag zijn goedkeuring verleent aan het niet verschuldigd hoeven zijn van wegenbelasting en BPM of, in het geval van leasegebruik, een bijtelling van maximaal 14 procent; ook ná het aanscherpen van de normen per 1 juli 2012.
Het model dat hiervoor in aanmerking komt is de 115 pk sterke Mégane dCi 110. We kennen hem al uit de Scénic, maar in de Mégane is de sterk verfijnde 1.5 liter viercilinderdiesel zowaar nog vriendelijker voor het milieu. Niet meer dan een 3,5 l/100 km en 90 g/km voor respectievelijk het verbruik en de CO2-uitstoot wordt opgegeven. Ook voor de net wat zwaardere Estate waarvoor het merendeel van de snelle beslissers, 85 procent om precies te zijn, heeft gekozen. Tja, wat valt op nu op te zeggen? Trés jolie!

Vertekenend
We zijn naar het Spaanse Sevilla gereisd. Maar gekscherend is de dCi 110-uitvoering in geen velden of wegen te bekennen. En hij zal niet voor komen rijden ook. Een lichte teleurstelling is hier wel op zijn plaats, juist nu deze motorisering zo’n belangrijke rol gaat spelen in het Nederlandse leveringsprogramma van de Mégane. Tijd om de zuurpruim uit te hangen hebben we niet. We zijn al onderweg gestuurd met de Mégane TCe 115. Ook die is nieuwer dan nieuw. Slechts enkele kilometers en we zijn de domper van zonet alweer vergeten. Met speels gemak slingert de compacte direct ingespoten turbomotor – die de atmosferische 1.6 vervangt – ons door het door droogte geplaagde landschap van Zuid-Spanje. Op basis van souplesse en gewilligheid heb je geenszins in de gaten dat het hier om slechts een één-punt-tweetje gaat. De logischerwijs eveneens bescheiden bemeten turbocharger heeft er vrij snel zin in en neemt de toch 1.300 kg wegende Mégane Hatchback (inclusief twee inzittenden) zonder nukken bij de hand. Al vanaf 1.500 tpm tonen de 115 paardenkrachten zich uiterst bereid in de omgang. Ook wanneer er geaccelereerd wordt vanuit het hoogste, zesde verzet wordt er niet tegengestribbeld. En hoewel doortrekken tot het rode gebied geen enkel praktisch nut heeft (na 4.500 tpm raakt de motor toch wel buiten adem) blijft de TCe ook dan ongekend stil draaien. Klein, maar fijn deze 1.2 TCe.

Eindschot
Geen dCi 110, maar wel de dCi 130. Ook die debuteert in de Renault Mégane. Met een theoretisch gemiddelde van 4,0 l/100 km en 104 g/km zal deze bij voorbaat geen snelloper worden, want minimaal 20% bijtelling. Voor degene waarbij dit niet het primaire aankoopargument is, haalt met deze koppelrijke diesel een zeer fijne metgezel in huis. Het 1.6 liter grote dieselblok toont qua motorkarakter opvallend veel overeenkomsten met de 1.2 TCe: krachtig bij lage toerentallen, een zeer sterk middengebied en een voor dieselmotoren ongebruikelijk eindschot en toch zuinig kunnen omspringen met brandstof. Het fabrieksverbruik wordt dan wel niet gehaald – daarbij is de heuvelachtige omgeving van Sevilla ook geen graadmeter – maar 5,3 l/100 km vinden wij evenmin slecht gezien de vlotte rijstijl die we uit plezier hanteerden.

Sportstoelen
Renault biedt de vernieuwde Mégane met een keur aan verschillende aandrijflijnen waarvan de hiervoor behandelde ‘Energy’-motoren de pronkstukken van de serie vormen. Om vervolgens een nog bredere doelgroep aan te spreken zijn er diverse uitvoeringen met ieder zo zijn specifieke onderstelafstemming. Wie op zoek is naar een hoge mate van comfort, maar het ook best een tikkeltje dynamisch mag zijn is het beste af met het standaard onderstel. Dat weet om te gaan met vrijwel ieder oppervlak en staat van het wegdek zonder zweverig te zijn. De stuggere ophanging van de GT-line brengt al een stuk meer sportiviteit met zich mee. Ook het interieur wordt daar op gekleed met zoal aangedikte en heerlijk zittende sportstoelen, wat andere sportieve accenten en een besturing die nog meer gevoel geeft bij het insturen. De 17 wielen zijn tevens standaard (18 inch optioneel), maar kunnen soms wel wat stoterig zijn op slecht asfalt.

Bewijsstuk A
Onder andere vers lichtmetaal, een F1-achtige voorspoiler, meer exterieurkleuren al dan niet in combinatie met stoere striping en donkere lichtunits, de Mégane RS kon als neusje van de zalm in de familie niet onderbelicht blijven. Dat deed Renault dan ook niet, met naast optische verbeteringen – de RS smoelt nog lekkerder – als kers op de taart een hoger piekvermogen. Maximaal 265 pk en 360 Nm levert de 2.0 liter turbo nu aan. "Een adequate verbetering", aldus de heren van Renault Sport en dus kwam er een circuit aan te pas ter bewijsvoering.
Om die extra 15 pk en 20 Nm te benutten moet het ESP in Sport staan. Pas dan staat de RS op maximum attaque. En deze Mégane heeft nog zo´n verborgen feestattribuut: de RS Monitor. Een kriem om te bedienen, maar eenmaal de ‘Extreme’-stand van de gaspedaalgevoeligheid gevonden kan het knalfeest dan ook serieus beginnen.

Vierkant
Als een aan strakgetrokken elastiek lijkt de RS in de meest agressieve houding aan het gas te hangen. Zodra het gaspedaal wordt beroerd volgt er de acute versnelling. Actie is reactie. Ondertussen briest, sist en blaast de 2.0 liter viercilinder turbomotor nog onstuimiger dan voorheen. Gedeelde complimenten aan het uitlaatsysteem dat zich na enkele aanpassingen nog beestachtiger laat horen. Sublime!
De ingezette circuit-Méganes zijn overigens van het type Cup, één van de twee mogelijk te kiezen onderstellen. Een gelimiteerd slipdifferentieel dat de aandrijfkrachten effectiever tussen de aangedreven wielen verdeelt en daarmee snelheidsvermindering zoveel mogelijk tegengaat is bij de aankoop inbegrepen. In deze uitmonstering liggen de grenzen van de Mégane RS in negen van de tien gevallen verder weg dan van diens bestuurder. Een prettig, maar allerminst saai gegeven.
Te soft voor circuitgebruik, maar merkbaar vriendelijker tijdens alledaagse ritten is het ‘Luxe’-chassis. De sperwerking moet je dan missen, maar dan nog is de RS met vol vertrouwen en nog meer rijplezier tegen de limiet aan te rijden zonder nadien met ‘vierkante’ banden te zitten. Wat een machine. Wat een sensatie is deze snotneus van een Fransoos. Magnifique! In welke uitvoering ook, er is niets aan gelogen dat de Renault Mégane RS na deze ingrepen het veld aan momenteel verkrijgbare heetgebakerde hatchbacks alsmaar verder op afstand heeft gezet. En dat voor de prijs van een halve Audi RS3 met een hooguit vijf, nou vooruit tien procent, hogere funfactor.

Four of a Kind
Dat steeds vaker en meer automobilisten zonder enige specifieke voorkennis en enkel op basis van fiscaal voordeel een nieuwe auto aanschaffen stuit bij de autojournalistiek niet zelden op onbegrip. Bij ons althans wel. Maar het gebeurt, zo bewijst de nieuwe Mégane dCi 110. Hiermee mag de automedia als voorlichtende bron dan misschien zijn getackeld, we hebben altijd onze bevestigende rol nog (om maar even met een knipoog van de gelegenheid gebruik te maken). Dit gezegd te hebbende kunnen we zonder bluf verzekeren dat Renault met de Mégane Collection 2012, zoals de Fransen dit modeljaar noemen, een Four of a Kind in handen heeft. Met de magistrale RS als harten-A´s en niet te versmaden troefkaart. Chapeau!

Gerelateerde artikelen

Laat maar komen die Renault Mégane RS!

Autonieuws
Renault Mégane RS
> Artikel lezen

Renault onthult nieuwe Mégane Estate

Autonieuws
Renault Mégane Estate
> Artikel lezen

Renault Mégane RS wil zijn kroon terug

Spyshots
> Artikel lezen

Betrapt: nieuwe Renault Mègane Estate

Spyshots
Nieuwe Renault Mégane Estate rijdt hier
> Artikel lezen

Meer Autowereld.com

Merk / model dossiers

Sluiten
Wij maken gebruik van cookies: lees hier hoe en wat.